Wedden dat jij deze studentengerechten vroeger ook maakte!

Wedden dat jij deze studentengerechten vroeger ook maakte!. Uitgelichte afbeelding

Toen ik ging studeren, ging ik op kamers. Net als iedereen. Met veel plezier en de nodige vertedering denk ik terug aan de tijd dat ik als nog-geen-twintiger op mezelf ging wonen. En met mij zoveel medestudenten. Kamers waren een schaars goed. We woonden op zolderkamers, achterafkamertjes in vieze studentenflats. Het maakte ons niet zoveel uit, we waren het huis uit, we waren volwassen en zelfstandig!

Die zelfstandigheid uitten we ook in onze kookkunst. Nu is kunst misschien een beetje een groot woord. Velen van mijn medestudenten hadden de keuken thuis alleen maar van binnen gezien als ze er de vuile borden kwamen brengen. Maar een ding wisten ze zeker: weg met die aardappelen, groente en een stukje vlees mentaliteit! Nu had ik daar persoonlijk niet zoveel last van. Mijn moeder kon niet koken, maar mijn vader wel. En ik stond bijna ieder weekend met hem in de keuken. Ik hield van koken, dat is trouwens nooit veranderd.

Typische studentengerechten

Al snel kwam ik erachter dat de revolutionaire kookkunst van mijn medestudenten voornamelijk bestond uit het maken van een prutje van groenten. Vaak soepgroenten want die waren goedkoop. Ondertussen werd een paar ons half om half gehakt (ook niet duur) meegebakken Daarna mikten ze er een potje tomatenpuree (ik zei al iets over goedkoop) doorheen. Peper, zout en klaar. Kon bij rijst en kon bij macaroni (toen heette pasta nog macaroni en het waren elleboogjes).

Natuurlijk aten we geen aardappels! Die waren in de ban. Weet je dat ik nog mensen ken van mijn leeftijd, die nooit aardappels eten? Wat enorm jammer is, want met een pieper kan je zulke lekkere dingen doen.
In deze jaren heb ik geleerd chili con carne te maken. Ik doe dat nog steeds wel eens. Met rundergehakt en verse tomaten. Op een bedje van andijvie snippers.

Hebben jullie studentengerechten die je nog steeds eet?

SchoolBANK redacteur Felice avatar

SchoolBANK redacteur Felice

Felice Veenman, geboren in 1955 in Arnhem. Daarna heb ik op vele plekken in Nederland gewoond. Jarenlang docente drama geweest, nu eigenaar van 2 websites: BabyenKind.nl en Vrouwenpower. Getrouwd met de liefste. Moeder van een koningskoppel, dat inmiddels het paleis heeft verlaten. Gelukkig komen ze er nog vaak op bezoek. Eindeloos en altijd gefascineerd door mensen en hun verhalen.

Reacties 4

Ik was in die tijd vegetarier, (nu nog steeds) dus gehakt at ik niet. Maar ‘chili’ maakte ik wel. Sin carne. Met noten als vervanging. Heel lekker, al zeg ik het zelf. Ik maak het nu nog wel eens, nu wel met ‘gehakt’ van soja of lupine. Probeer maar eens, ook heel lekker!

Kees Blomhert avatar
Kees Blomhert

2020 M11 3 17:35:44

Wat is het recept van je “Chili con Carne” preu?

Kees Blomhert avatar
Kees Blomhert

2020 M11 3 17:32:39

Wat is het recept van die heerlijke “preu” op de foto?

Michel Couzijn avatar
Michel Couzijn

2020 M11 3 14:20:34

Leuk initiatief! Ik ga even uitleggen hoe ik aan mijn bijnaam kwam, in dat eerste jaar uit-huis-studeren op de campus van de Technische Hogeschool Twente (nu Universiteit Twente), Matenweg 38. Die bijnaam luidde: Fiasco Spi.

Anders dan Felice waren wij niet vies van aardappelen. Ja, die chili con carne en die macaroni tierden bij ons ook welig, maar wat gaat er nou boven een mooie Hollandse pot? Alleen moet je daar toch wel een béétje verstand van hebben. Nou, die deden wij in de praktijk op.

Wij, zeven jongens, hadden zin in spinazie. Dus kwam er spinazie. Anderhalve kilo mooie groene kakelversie bladspinazie. Dat je die in een pan moest gooien en erin moest roeren, dat wisten we wel. Technisch, he? We kenden er ook het goede woord voor: slinken. De spinazie moest slinken. Dan werd je pan vol bladgroen vanzelf een veel dunner, maar smakelijk laagje onderin de pan.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik stond daar lekker te roeren in die pan. Omdat de spinazie nat was, werd dat best een dunne brij onderin. En ik wist dat je die geslonken spinazie moest ‘binden’. Een half kopje maizena, koud (!) water erbij, en dan toevoegen aan die spinazie. Maar…. het werkte niet! Die spinazie bleef zo dun als het water waar het in dreef. Dus nog maar een half kopje maizena erbij. En toen nog een. Toen riep Bart van Arem, nu professor verkeersstromen, “Volgens mij moet je het aan de kook brengen”. Dus hup, het vuur hoog, en toen KLENG! werd het onmiddellijk beton daar in die pan. Maizenabeton. We hebben het in stukje gezaagd, denk ik, om het te kunnen verorberen.

Weekje later. Weer spinazie, want ja, ijzer en Popeye. En met geraspte kaas wordt alles lekker. Het maizena-fiasco overkwam mij niet meer, en ik zorgde wel dat er niet opnieuw van die natte drap ontstond. Het zag er prachtig mosgroen uit, de piepers kwamen dampend op tafel, ongetwijfeld ook iets van gehaktballen. Niet bidden voor het eten, meteen aanvallen. Na twee happen vroeg dezelfde Bart van Arem zich af: “Hee, Mies, heb je die spinazie eigenlijk wel ge-KRAK!!’, en een luid gekraak steeg op van tussen zijn kiezen. Ook de andere jongens keken ineens moeilijk. Want wat had ik gedaan, om te zorgen dat die spinazie niet meer zo nat was? Niet wassen, natuurlijk. Toen bleek mij echter dat ongewassen spinazie toch best veel zand bevat. En dat zand wel je maag schuurt, maar niet goed is voor je kiezen.

Nou, ik heb het wel voor de kiezen gekregen, die avond, en sindsdien ging ik dus door het leven als “Fiasco Spi”.

Volgende keer over mijn superlasagna-avonturen.

?