Ontdek PLUS

Michel Couzijn

Kent 16 personen

Getrouwd , 3 kinderen
Woont in Amsterdam

    Bekijk het volledige profiel van Michel Couzijn en al je andere schoolgenoten!

    In SchoolBANK kun je GRATIS je scholen terugvinden en weer in contact komen met je docenten en schoolgenoten. Registreer je en begin meteen!

    Michel Couzijn heeft 18 klassenfoto's en kent 16 schoolgenoten. Benieuwd of jij iemand herkent?

    Meld je snel aan en vind jouw oud-schoolgenoten en klassenfoto's terug!

    Aanmelden

    Ik bedacht me dat ik eigenlijk al veel langer op deze school 'zit' dan ik op elk van andere scholen gezeten heb.

    Ik bedacht me dat ik eigenlijk al veel langer op deze school 'zit' dan ik op elk van andere scholen gezeten heb. Al ben ik hier dan leraar, en was ik daar leerling. Na omzwervingen langs enkele andere scholen in Amsterdam, heb ik hier vanaf 1999 mijn 'thuis' gevonden. Fijne, collegiale school met een geweldig mooie mix van jonge Amsterdammertjes uit allerlei windstreken. Zo stel ik me graag het Amsterdam van morgen voor: verschillend en toch verbonden. Ik draag er graag aan bij.

    Pieter Nieuwland College, 1999

    De Rafaëlschool in overgang.

    De Rafaëlschool in overgang. Eerst nog deel van de Robbedoes, althans daarin ondergebracht, en toen opeens een helemaal eigen gebouw, nieuw, mooi gelegen. Bij de Rafaëlschool moet ik vooral denken aan zuster Margreto (later: zuster Margret), al weet ik dat er nog een ander klasje was. Ik heb geen idee van wat zich achter de coulissen afspeelde aan Hillegomse, Elsbroekse confessionele scholenpolitiek. Maar opeens was daar dus die spiksplinternieuwe, hagelwitte Rafaël, schuilend in het groen. In de Robbedoes maakte ik mijn entree in het onderwijs; een entree die ik nog tot in detail onthoudt, en die er aan bijdraagt dat ik tot op de dag van vandaag het onderwijs als werkveld verkies. Leve zuster Margreto, en leve de lieve jaren-zestig-mentaliteit die ook de Rafaël had aangeraakt en die er voor zorgde dat alle leerlingen zich er heerlijk en prima op hun plek voelden. Ik zie me nog een 'juffrouw ooievaar' plakken van witte krulletjes op een Liga-doosje, of Marjan Broekhof die on-ge-loof-lijk netjes een plakwerkje kon maken van minuscule propjes papier. En van de juf die een paar weken voor zuster Margreto kwam invallen weet ik nog dat ze een zilveren ketting met hanger droeg, uit Pinkeltje voorlas, en op 28 april jarig was. Vraag me niet waarom. Het enige indrukwekkende 'incident' dat ik me kan herinneren is dat René luid maar toch ongemerkt had zitten smakken met een Liga, en dat zuster Margreto per se wilde weten wie er zo had zitten smakken. Alle kinderen moesten het speelplein op, en om beurten langskomen bij zuster Margreto, die dan vriendelijk doch doordringend aan je vroeg wie dat had gedaan. Iedereen hield desgevraagd z'n mond, ook ik, ook al wist ik wie de dader was. Een wonderlijk incident in een mensenleven dat toen al vier jaar duurde. We gingen René niet verklikken. Daarna ging ik met de meeste leerlingen uit mijn klasje naar de gloednieuwe Elsbroekse school van meester Duwel, en begon een nieuwe, heerlijke episode in mijn schoolleven. ---------- januari 2013: toegevoegde herinnering ---------------- Ik ben vijf. Het is zomer, of iets wat daar op lijkt, met blauwe lucht en een zoel windje (rinse appelstroop, mul zand, zoele windjes). Aan de hand van mijn moeder loop ik door het weiland richting school - het instituut dat mijn leven richting zal geven. Dat laatste lijk ik op dat moment al onbewust te beseffen, want ik ben wat nerveus ten aanzien van de nakende geboorte van mezelf als schoolknaap. Nog even en we zijn over de drempel.... ja... ja... gelukt! Op een grote zwarte mat met rubberen rondjes veeg ik mijn voeten af met de modder der kindsheid. Marmoleum op de vloer, cremekleurig. Links in de hal is de deur naar De Klas. De klas blijkt een grote ruimte - zulke grote klaslokalen zal ik van mijn leven niet meer meemaken - waarin kinderen in groepjes van vier lekker zitten te spelen. Ik zie een lange wastafel met kranen, blank houten kasten met veel speelgoed, kleurige platen aan de muur, planten hier en daar waarvan ik op latere leeftijd verneem dat die in klaslokalen thuishoren omdat ze 'tegen een stootje kunnen', en vooral zie ik veel kinderen aan het plakken, knippen, kleien, kletsen, figuurtjes leggen, etcetera. Ik word aan een groepje gezet met, zo uit mijn hoofd, Robert Kloos, Marcel Oorthuis en André van Kruijssen. Ik ben dan al vijf jaar, want met vier jaar waren de kleuterscholen in ons dorp vol. Babyboom, zeiden ze. Ik mocht dus nog lekker een jaartje thuisblijven en met Lego spelen tot er ergens een plekje op de school vrijkwam. Deze ochtend is slechts ter kennismaking. Mama zal nog worden gebeld zodra er zich daadwerkelijk een stoeltje voor kleine Michel aandient. Ik mag rondlopen in het lokaal, bij andere groepjes te gast om te zien wat ze aan het doen zijn. En dan zie ik haar. Haar. Ze is ook vijf en mooi. Ze heeft een bruin broekpak aan met een lichtblauw truitje eronder. Ze zit tegenover me, haar haar in een paardenstaart. Een zwart elastiekje met twee lichtblauwe balletjes houden de staart bijeen. Ze heeft heel mooie ogen en een wipneusje, en voor haar oortjes kringelen twee sliertjes van haar mooie bruine haar. Ze lijkt op Petra, de lieve dochter van televisieclown Pipo. Haar ogen zijn zo groot als op een Japanse tekenfilm en ze lacht naar haar buurvrouw. Natuurlijk nog niet naar mij, maar dat komt nog wel. Afwisselend lacht ze en kijkt ze serieus naar het plakwerkje dat haar handjes maken. O, wat is ze mooi. En ze heet Carla de Groot. Dat kan ik niet aan haar zien, dat hoor ik later pas. Ik ben door deze ontmoeting wat in de war, maar dusdanig gemotiveerd om naar school te gaan dat ik elke ochtend tijdens het Legospelen thuis even aan Carla denk. Het wachten op het bevrijdende telefoontje ('er is plaats voor uw zoontje') duurt me lang. Ik oefenen een vijfjarigenverlangen naar een meisje in een blauw truitje met paardenstaart. Onderwijl spelen de Beatles 'She Loves You' op de Arbeidsvitaminen, wat ik nog niet versta maar wel al kan navoelen. Tijdens een verjaardagavond speel ik het nummer op luchtgitaar ten overstaan van de visite. Op de gang weliswaar, want ik durf het publiek nog niet in de ogen te kijken. Op een dag is het zover: ik mag nu echt naar school. Wederom aan de hand van mijn lieve moeder tuig ik naar het bruingebeitste houten gebouw, iets verderop in het dorp. Ik stap moedig de drempel over, een stap op weg naar school, naar het leven in het algemeen, en naar Carla de Groot in het bijzonder. Ik betreed het lokaal, waar ik Robert, Marcel en André zie zitten, en nog een ander jongetje aan hun tafel. Dat wordt dus niet mijn plekje, maar dat geeft niet: ik stoom door naar de tafel van Carla, het meisje met het kringelende haar voor haar oortjes. Dan zie ik het. Of liever: ik zie niet, wat ik hoor te zien. Carla. Er blijkt inderdaad een plek voor mij vrijgekomen te zijn in deze kleuterklas. Een leerlinge is verhuisd. Haar stoel is voor mij. Carla. Ik zet mij terneer en het wachten, het lange wachten begint.

    Rafael kleuterschool, 1969

    Van alle scholen heb ik bij mijn opleiding aan de UvA de meeste moeite om karakteristieke herinneringen op te halen.

    Van alle scholen heb ik bij mijn opleiding aan de UvA de meeste moeite om karakteristieke herinneringen op te halen. Zal wel met de omvang en de massaliteit te maken hebben, en met de dingen die ik naast (soms: in plaats van) mijn studie deed. Maar ook met het 'smoelloze' van de opleiding Nederlandse Taal- en Letterkunde. Op mij kwam de afdeling neerlandistiek over als een verzameling individuele docenten met een touwtje erom. Pas in de jaren negentig zijn ze serieuzer na gaan denken over samenhang in de opleiding, vernam ik via via. Toch heb ik veel geleerd, veel aardige mensen ontmoet, en zowaar hier en daar een gedreven docent. Mieke Smits deed haar uiterste best mensen voor de renaissance te interesseren, en dat was bij mij ook grotendeels gelukt. Bert Meuffels maakte duidelijk dat hij echt graag wilde dat je bij hem iets nuttigs leerde, maakte eigen onderwijsmateriaal en had bergen mooie voorbeelden. Frans van E. en Rob G. hadden van zichzelf al een zekere wervende kracht, maar gaven dat hun vak (taalbeheersing) ook mee. Bert Paasman en Rob Resoort stonden pal voor hun vak, en waren steeds verheugd als ze studenten tot een mooie nota hadden aangezet. Jan Stroop liep tijdens hoorcolleges de zaal in en ging conversaties aan met het publiek. Ik heb heerlijk lang over mijn scriptie gedaan, en daar heb ik geen seconde spijt van. Prettig waren de kleinschalige werkcolleges. Storend het (toenmalige) gebrek aan begeleiding: veel vakken kwamen neer op 'x colleges volgen' en 'nota schrijven'. Dat was dan dat. Onderwijs, ook hoger onderwijs, kan spannender hoor.

    Universiteit van Amsterdam ..., 1983