De postbode kwam vroeger twee keer per dag langs

De postbode kwam vroeger twee keer per dag langs. Uitgelichte afbeelding

Ik ben een boek aan het lezen, ‘De Pest’ van A. Camus. In dat boek wordt een Franse stad getroffen door de pest. De stad gaat op slot, niemand mag erin of eruit. Iedere dag zijn er doden te betreuren, gestorven aan de builenpest, na een akelig ziekbed. Er is een vaccin ontwikkeld, maar dat lijkt niet erg te helpen. Het lijkt allemaal een beetje op hoe wij nu leven met de Corona-pandemie, maar dan een graadje erger. Het speelt zich af in 1946, in die tijd was er geen internet, waren er geen mobiele telefoons, communicatie verliep via de post, de telefoon en via het versturen van een telegram. In het verhaal mocht er geen post worden verstuurd, vanwege de kans op besmetting. Er kon wel worden getelefoneerd maar het telefoonnet werkte niet goed. Bleef over het versturen van een telegram. De boodschap mocht slechts 10 woorden bevatten, dus dat schoot niet echt op.

Wat mogen wij blij zijn met internet

Wij zijn nu ook ‘opgesloten’ in onze steden en dorpen. Maar we mogen wel buiten onze woonplaats komen. Contact is mogelijk via internet: appjes, mailtjes, zoom, facetime, bestellingen doen, nieuws ontvangen, thuis werken, vergaderen, lessen volgen, mailen. Als je nagaat hoeveel meer mogelijkheden wij in deze tijd hebben dan de mensen in dat door de pest getroffen dorp in 1946, dan mogen we nog niet klagen. Al is voor sommigen het ontbreken van fysiek contact heel moeilijk.

We keken uit naar de postbode

In mijn jeugd bestond internet niet, mobiele telefoontjes waren er ook niet. Wilde je met iemand in contact komen, dan schreef je een brief, je stuurde een briefkaart of een ansichtkaart. Ik had een correspondentievriendin in Griekenland (hoe ik aan haar kwam weet ik niet meer), ik stuurde brieven naar jarige ooms, tantes, neven en nichten. Toen ik niet meer thuis woonde, schreef ik ellenlange brieven naar mijn ouders. De postbode kwam 2 keer per dag langs, ieder huis had een brievenbus, een gleuf in de deur, of een kastje in de gang. Je keek echt uit naar de postbode. Iedere dag bracht hij (het waren altijd mannen) wel iets. Als je een lange reis ging maken naar het buitenland konden de achterblijvers brieven sturen naar een vooraf afgesproken postkantoor, ‘poste restante’. De brief lag dan op je te wachten, als je geluk had, want uiteraard ging dat niet altijd goed. Telefoneren vanuit het buitenland kon ook, maar dat was heel duur en de verbinding was niet altijd even best.

Het is bijna niet meer voor te stellen

Hoe deden we dat vroeger, als je bijvoorbeeld pech had met je auto? Een mobieltje had je niet. Ik heb die tijd zelf meegemaakt maar ik kan het me al bijna niet meer voorstellen. Onlangs zijn de praatpalen langs de wegen ontmanteld, ze werden niet meer gebruikt. De postbode komt nu nog 1 keer per dag en niet meer op maandag (behalve om pakjes te bezorgen), brieven schrijven we bijna niet meer, kerstkaarten versturen we digitaal.

 

Heb jij wel eens met pech langs de weg gestaan, zonder mobieltje?
Hoe zijn je ervaringen nu in deze Corona-pandemie? Wat of wie mis je?

 

*Afbeelding via Thinkstock

SchoolBANK redacteur Marianne avatar

SchoolBANK redacteur Marianne

Marianne Wintermans-Koster (1950). Houdt van dieren, lezen, koken, gras maaien en… schrijven. Organiseert graag vegetarische etentjes voor familie, vrienden en bekenden. In augustus 2020 geeft uitgeverij Boekscout haar eerste boek Weg van huis uit. Heeft er al heel wat levensjaren op zitten maar haar geheugen is (nog) prima. Gaat zo maandelijks mogelijk uit haar geheugen putten voor een verhaaltje ‘uit de oude doos’. Wenst de lezers veel herkenning en/of verwondering bij het lezen van haar blogs.

Reacties 2
anneke brouwer avatar
anneke brouwer

2020 M12 29 09:41:46

why do you charge for connecting school mates???

Hello Anneke, I do not understand your question. I only write blogs, I do not charge anyone for anything.

?