Een kast vol zelfgemaakte kleren: huisvlijt uit de seventies

12 oktober 2020

|

6 minuten leestijd

Een kast vol zelfgemaakte kleren: huisvlijt uit de seventies. Uitgelichte afbeelding

Kijk ik naar mijn schoolfoto, dan zie ik niet alleen vertrouwde gezichten en lieve leraren, maar ook een soort catalogus van huisvlijt. Einde jaren zeventig waren er veel moeders die zelf kleren voor hun kinderen maakten. Of dat in alle gevallen een succes was…

Mijn moeder was enthousiast thuisnaaister, de Singer naaimachine stond hele dagen op de eettafel te snorren. Af en toe moesten mijn zus of ik dan even komen om de kleren te passen. ‘Voorzichtig, er zitten spelden in’, hoorden we dan, vlak voordat zo’n gemene speld in je arm prikte. Voordat een broek of een rok werd afgezoomd moesten we op tafel staan met dat kledingstuk aan. Mijn moeder had een machientje dat krijtstrepen uitpufte zodat ze wist waar ze moest spelden. Op die manier werd de ene broekspijp net zo lang als de andere en de rok aan de voorkant even lang als aan de achterkant.

Lopende band breien

Mijn oma breidde de ene trui na de andere. Van alle losse bolletjes die ze overhield, maakte ze speciale dikke truien die mijn zus en ik aan konden trekken als we buiten gingen spelen, onze zogenaamde ‘vechttruien’ – een naam die mijn vader waarschijnlijk heeft bedacht. Dat zat veel lekkerder dan een jas en we hadden ook geen ingewikkelde knopen of ritsen, want je trok ‘m gewoon over je hoofd! Werd de trui te klein, dan ging hij weer terug naar oma. Die haalde ‘m uit en met je volgende verjaardag of met kerst lag er een nieuwe vechttrui op je te wachten.

Zoek maar iets uit de Knippie

Ook mijn moeder raakte besmet met het breivirus. Uit de Knippie, de Ariadne en andere breibladen mochten mijn zus en ik uitzoeken welke truien we mooi vonden, en dan ging mijn moeder aan de slag. Ik herinner me een pluizige blauw-gele trui met vleermuismouwen die haar wel wat grijze haren heeft gekost, want dat ding kwam maar niet af. Voor mijn zusje breide ze een mooie trui met Pink Panter. Dat roze beest moest helemaal worden ingebreid, met een staart op het achterpand. Wat een monnikenwerk! Ik denk dat mijn zusje hem net zolang heeft gedragen tot hij helemaal versleten was, want ze was er beretrots op.

Een blouse van zakdoeken

Gelukkig konden mijn oma’s goed kleding maken en ook mijn moeder wist wel hoe het moest. Zelfs ingewikkelde patronen als jurkjes, blouses en broeken lukten goed. Er zaten andere kinderen in de klas met iets minder mazzel. Eén klasgenoot had een broek die zijn moeder had gemaakt van twee lappen waar ze een broekvorm uit had geknipt en een beetje lukraak aan elkaar had gestikt. Geen rits aan de voorkant, maar een elastiek aan de bovenkant, en geen kruisnaad dus de broek zag er ongelukkig uit en vormde vreemde plooien aan de voorkant. Een andere klasgenoot droeg vooral bloesjes gemaakt van boerenzakdoeken, ook een enorme trend in de seventies. Haar moeder naaide gewoon twee van die zakdoeken aan de bovenkant aan elkaar, met een opening voor het hoofd, en aan de zijkanten, met twee uitsparingen voor de armen. Klaar was weer een nieuwe blouse! En werd het koud? Dan mocht ze er een coltrui onder aantrekken, want mouwen maken aan die blousjes, daar begon haar moeder – heel verstandig – maar niet aan.

Gympen? Ben je gek!

Wat hadden we aan onze voeten? Het waren de jaren zeventig, dus werden we gewoon op klompen naar school gestuurd. Dat konden van die hippe Zweedse muilen zijn, die open waren aan de achterkant, of echte boerenklompjes, en dan werd het blanke hout geschilderd in een mooie kleur. Ook sandalen waren hartstikke hip, en daar kon je gewoon sokken in dragen als het buiten een beetje fris was. Natuurlijk wilde ik graag lakschoentjes, liefst met een hakje, maar daar was geen sprake van, en ook gympen waren uit den boze: daar kreeg je luie voeten van. Nee, mijn ouders kozen verstandige schoenen met een voetbed, bijvoorbeeld van Kickers of Adam & Eve. Bij de schoenwinkel moest je op een meetapparaat staan om de juiste maat te bepalen, en daarna de ene na de andere stevig leren veterschoen passen. Als je tenen maar goed konden bewegen, dat was belangrijk – elegant of vrolijk kon je die schoenen niet bepaald noemen. Toen ik op de middelbare school kleedgeld kreeg, heb ik meteen een paar gympen gekocht!

Kaplaarzen met sokkenpropje

In de zomer klepperde iedereen op slippers naar school, als het regende stonden de kaplaarzen klaar (waarin je sokken altijd naar voren schoven, heel gek) en werd het buiten echt koud, dan kwamen de (zelfgebreide!) wanten, muts en sjaal uit de mand die bij de voordeur stond. Even graaien om twee dezelfde wanten te vinden, en dan werden die aan een klosje-gepunnikt touwtje vastgemaakt en door je mouwen gehaald, zodat je ze niet meer kon verliezen. Kriebelmuts op (die propte ik op de hoek van de straat al in m’n jaszak, maar dan was m’n haar al statisch) en die sjaal bleef na een dag of twee al op school liggen, in de bak ‘gevonden voorwerpen’.

 

Mocht jij wel gympen dragen, of ging je ook op sandalen naar school?
Bepaalde jij zelf wat voor kleren je aan wilde trekken, of waren er kleren voor doordeweeks en deftige voor zondag? Kreeg je nieuwe kleren voor je verjaardag?

* Afbeelding via https://vintage-knitting-breien.blogspot.com/

SchoolBANK redacteur Sabina avatar

SchoolBANK redacteur Sabina

Sabina Posthumus (1973) komt uit een knus jaren-zeventig-nest in West-Friesland met kurkwanden, een zitkuil en macramé plantenhangers. Heeft warme herinneringen aan Toppop, Saroma-toetjes en de Olijke Tweeling. Woont nu in Hoorn met haar man Jos en twee katten. Houdt van koken en (stiekem) van sokken breien. Leest alles wat los en vast zit, en als ze niet leest is ze aan het schrijven – onder andere voor SchoolBANK.

Meer artikelen van SchoolBANK redacteur Sabina

Reacties 4
Ria Stassen - Veenbrink avatar
Ria Stassen - Veenbrink

28 augustus 2021 3:40:18 PM

Ria Veenbrink
Ik had zelfs voor schoolzwemmen een gebreid badpak! Vreselijk vond ik dat. Mijn moeder lag in het ziekenhuis. Daarom kwam er een gezinsverzorgster bij ons thuis. Ik had geen badpak. Wat nu te doen? Nou, de moeder van de gezinsverzorgster zou een badpak breien. Dat was heel lief, maar de pijpen lubberden ontzettend bij het nat worden. ik schaamde me dood.

Inez van den Broek avatar
Inez van den Broek

26 augustus 2021 5:44:35 PM

Veel herkenning in wat je schrijft. Behalve dat de Knippie volgens mij echt een NAAI-patronenboek was, en geen breien, zoals jij denkt.
Mijn moeder was coupeuse geweest in Amsterdam, voordat ze hier op de Veluwe met mijn vader trouwde. We liepen altijd wat voor op de mode, dat zat mijn moeder in het bloed volgens mij.

En een tante met een breimachine breide een donkerblauw jurkje, met een gele bies erin. Het was te warm voor het moment dat ik het kreeg en het me paste, en de winter erop was ik er al uitgegroeid voordat ik het aan kon. Ik zie het nog zo voor me, maar ben stilletjes blij dat ik het nooit aangehad heb, behalve om te passen 🙂

frederika duinen avatar
frederika duinen

16 oktober 2020 1:56:22 PM

Heb heel wat afgebreid met garen van 3 suisses en het sokkengaren was zo sterk .

Tineke van IJperen avatar
Tineke van IJperen

15 oktober 2020 7:21:26 PM

Is ook weer helemaal van nu, zelf kleding breien of haken. Kijk maar eens rond, je ziet de mooiste dingen voorbij komen.

?