Lezersverhaal: Bosherinneringen

2021 M09 22

|

6 minuten leestijd

Lezersverhaal: Bosherinneringen. Uitgelichte afbeelding

Dit is een lezersverhaal. Heb jij ook een verhaal van vroeger dat je graag wilt delen? Stuur jouw verhaal op naar redactie@schoolbank.nl en wie weet plaatsen we het op onze Toen&Nu pagina.

Het is nooit anders geweest, in gedachten ga ik nog vaak terug naar de tijd van mijn jeugd. Ik was een kind dat weggezonken was in haar eigen wereldje, een dromer die de wereld mooier maakte dan zij in werkelijk is. Hoe oud zal ik zijn geweest? 7 misschien 8 jaar of toch iets ouder? Het lijkt allemaal nog niet zo lang geleden.

Ik ben opgegroeid in een klein dorp, Soesterberg genaamd, met nog mooie lanen met bomen en een echt bos! Opgevoed met liefde en respect voor alles wat leeft; planten, dieren en mensen. Er waren altijd dieren bij ons thuis door de jaren heen zijn er heel wat katten, honden, kanaries, kippen, cavia’s, konijnen en hamsters in mijn leventje geweest. En het grootste verdriet was natuurlijk als ik met mijn vader weer een van mijn vriendjes moest begraven in de tuin of in het bos. Natuurlijk was dit een ceremonieel gebeuren; de hamster en kanarie in een grote luciferdoos de cavia in een sigarenkistje van mijn opa. Een beetje zaagsel en een ‘kleedje’ (want hij mocht het vooral niet koud hebben). Met een steentje of een bloemetje op de plek waar je dierenvriendje lag begraven.

Ik was op deze momenten van ‘intens kinderverdriet’ er stellig van overtuigd dat ik alle zielige dieren op de wereld moest redden en verzorgen. Ik wilde dierenarts worden of alle dieren zonder thuis opvangen en verzorgen. Het verdriet was vaak van korte duur en je plannen die je had gemaakt als wereldverbeteraar voor dieren gingen weer even in de ijskast, want hoe snel was je alweer afgeleid door andere leuke dingen die je op je levenspad tegen kwam.

In mijn herinnering bestond het bos in Soesterberg uit grote kastanje en beukenbomen. Als in september de herfstkleuren zich weer lieten zien en ik ’s morgens met de hond het bos in liep, dan was de bodem een mooi tapijt bezaaid met gele blaadjes. Vanaf het punt waar je stond tot zover als je het bospad kon zien, leek het net of je op een weg van goud liep. Dit sprookjesbeeld werd versterkt door een flauwe herfstzon die met zijn zonnestralen door de kalende boomkruinen op de door ochtenddauw dorre bladeren op de grond scheen. Vaak heb ik daar beukennootjes en tamme kastanjes (we noemde ze makkiannen) gezocht, thuis probeerde ik de schilletjes eraf te halen en dan werden ze in de koekenpan met suiker gebakken, heerlijk! De hond was er altijd bij als we naar het bos gingen. Hij rende achter de takken aan die je voor hem weggooide. Het was een spel van halen en brengen en als hij dan weer kwispelend voor je stond en je vragend aankeek “gooi nog een keer vrouwtje!”. Voor mijn gevoel ging dit nooit voorbij. Waar nu de tennis en skibaan zijn, was vroeger bos. Er liep een zandpad naar beneden en als je links aanhield kwam je in een moerasachtig gedeelte daar mochten we natuurlijk niet alleen komen, maar toch, stiekem… Dan weer naar boven klimmen, daar was dan het grote hekwerk van de psychiatrische inrichting. Langs het hek hield je dan rechts aan en zo kwam je weer terug op het bospad links van de begraafplaats en de Katholieke kerk, recht door het dorp.

Ik kon eindeloos lopen naar de Kozakkenput en het open stuk in het bos waar ik in de zomer met m’n ouders naartoe liep met een kleedje en wat lekkers. Er waren bomen waar ik in klom samen met mijn broertje en het stugge gras voelde hard aan als je er op ging zitten. Mijn vader ging dan met een voetbal de competitie aan met de hond en mijn moeder zat lekker in het zonnetje en keek om zich heen of er geen ‘enge’ beestjes op het kleed liepen, want zij was niet zo van de kleine kruipende vriendjes. Trouwe twee en viervoeters ze zijn er altijd geweest, toen en nu nog steeds. De liefde voor de natuur is altijd gebleven, ook al ben ik geen dierenarts geworden en heeft de A28 een stukje van het mooie bos opgeslokt!Als ik mijn ogen dicht doe loop ik daar weer, ruik ik nog de geur, een mengeling van dorre bladeren, ochtenddauw en de zwarte bosgrond van het mooiste bos uit mijn jeugd in Soesterberg.

Dit verhaal is ingestuurd op 5 augustus 2009 door Astrid Luidinga. Heb jij ook een verhaal van vroeger dat je graag wilt delen? Stuur jouw verhaal op naar redactie@schoolbank.nl en wie weet plaatsen we het op onze Toen&Nu pagina.

SchoolBANK redactie avatar

SchoolBANK redactie

Meer artikelen van SchoolBANK redactie

Reacties 0
?