Bekijk het volledige profiel van Salomon Pierre Jean (Peter) Dingsdag en al je andere schoolgenoten!
In SchoolBANK kun je GRATIS je scholen terugvinden en weer in contact komen met je docenten en schoolgenoten. Registreer je en begin meteen!
Salomon Pierre Jean (Peter) Dingsdag heeft 2 klassenfoto's en kent 5 schoolgenoten. Benieuwd of jij iemand herkent?
Meld je snel aan en vind jouw oud-schoolgenoten en klassenfoto's terug!
Aanmelden"KOUD EN GUUR ? MONS IN HET VUUR !" slogan van 'n bekende Amsterdamse Kolenboer in de jaren '50
ma 22 nov 2021, 20:05 BRANDSTOFFEN-HANDEL MONS, AAN DE BROUWERSGRACHT, AMSTERDAM ( VANAF 1893 ) BEKEND GEWORDEN MET DIE SLOGAN. ZIJ WERKEN TOT VER iN DE JAREN '60 MET SUCCES als kolenboeren.Veel Middenstanders verzinnen gekke rijmende Reclame -slagzinnen. Mensen die Kolenboer Mons z'n succes misgunnen verdraaien zijn slagzin: "Guur en koud ? Mons in het goud !" Eind jaren '60, begin '70 gaan veel mensen over op Oliestook, verzint Kolenhandel Mons : "Geen gepook, met oliestook ! " in de jaren ' 50 en ' 60 moet er ieder jaar, op het einde van de Zomer, begin Herfst tijdig om de kolen voor de winter worden gedacht. Gaat Papa naar de Kolenboer om " eierkolen " te bestellen ( kolen hebben de vorm van ' n ei). Die worden verkocht per " Mud." Wat is een 1 mud ? Dat is ongeveer 2 grote zakken van 35 kilo eierkolen. Voor een niet al te strenge winter moeten er 8 tot 10 Mud kolen worden gekocht. Ook zak jes aanmaakhoutjes, maar hoeveel ? Weet ik niet meer. Bij een strenge winter, die dan nog wel regelmatig voorkomen, moeten mijn zusje Jenny en ik enkele keren met onze slee door de sneeuw naar de Kolenhandelaar, om nog een kleine zak eierkolen te halen en 1 zakje aanmaakhout. Die binden we vast op onze slee en kunnen het zo naar huis trekken. Moet Mama het naar twee hoog tillen... HET IS AL 'N HEEL GEDOE, VOORDAT DE KOLEN KUNNEN WORDEN BEZORGD. EERST MOET MAMA OP DE ZOLDER ZORGEN, DAT ER NIETS IN DE WEG STAAT...DAN ALLE LOPERS VAN DE TRAPPEN AFGEHAALD... OOK DIE VAN DE BUREN. ( en traproede's niet verwisselen ! ALS DE KOLENMANNEN ZIJN GEWEEST, MOET MAMA DE TRAPPEN VEGEN MET STOFFER EN BLIK, WAAR KOLENGRUIS IS GEVALLEN EN ALLE TRAPPEN NOG SCHOON BOENEN. Daarna is Mama helemaal uitgevloerd en eten we meestal een voedzame soep, die van te voren kan worden gemaakt. Pannekoeken toe. Wanneer dan de vrachtauto met kolen komt, dan hangen alle buurvrouwen uit de ramen, om te tellen, hoeveel zakken eierkolen er bij ons worden geleverd... Meestal ben ik dan naar de Kleuterschool, of lagere school . Op een keer kom ik uit school en de kolenboer is die dag weer geweest. Mijn Moeder is Zwitserse en spreekt gebroken Nederlands. Zij spreekt een mengelmoes van Frans, Italiaans en Schwyzerdütsch ( = Zwitsers Dialect ) en af en toe een woord Nederlands met een verkeerde klemtoon. Dat is een ramp in winkels, als ze wat wil kopen, doe ik de ondertiteling voor haar. Want in een winkel is er een toonbank met een mevrouw of meneer erachter, die vraagt : " Wat had u gehad willen hebben ?... en " Anders nòg ? ". Supermarkten bestaan er nog niet. Mama is helemaal overstuur en heeft gehuild, zie ik als ik uit school kom. "Wat is er. Mam ?" Begint zij weer te huilen : "ies wat kebeurt , ja ! De koolman die heeft mij wielen ver-kussen. Hij heeft mai gans zwarts kemaakt...! " OMDAT MAMA ER ZO JONG UIT ZIET, denkt de kolenboer, dat ze nog EEN MEISJE is. Een heel knap en aantrekkelijk " Spaans " meisje. Zij wijst hem de weg naar onze zolder. Opent dan erg vriendelijk lachend de deur voor de kolenboer. Een grote, zéér gespierde sterke jonge knul, die pakt zijn grote volle kolenzak van zijn schouder en zet hem neer. Hij heeft Mama' s lach VERKEERD begrepen ! Neemt Mama in zijn armen en trekt haar hitsig tegen zich aan en hijgt : " Jij bent een lekker meissie !" , begint Mama te zoenen. Zij gillen ; " Au secours...!! à moi ! à l' aide !!.. ELP...ELP.. Laat mai loos, iek bien al ketrouwt en iek hep 2 kiender.." GESCHROKKEN MAAKT DIE JONGE KOLEN BOER ZIJN EXCUSES... en of ze het alsteblieft niet tegen zijn baas wil zeggen... want anders dan wordt hij zeker ontslagen... ZOVEEL JAAR LATER KAN MAMA ER PAS OM LACHEN... ZE HEEFT HET OOK NIET AAN PAPA VERTELD, WANT DIE WAS ANDERS RAZEND GEWORDEN OP DIE JONGE KOLEN KEREL ! Het is ook nog een heel gedoe om de Kolenhaard in een huiskamer aan te steken. Eerst moeten er proppen krantenpapier gemaakt. Wat aanmaakhoutjes in de kachel, die moeten aangestoken. Als het hout goed brandt, dan kan er wat kolen op gegooid, met de kolenkit . Als het eindelijk goed brandt duurt het 1 uur ongeveer en dan gaan de kolen rood gloeien en verwarmen de kachel goed ( Steeds moet er wat eierkolen gehaald op zolder, in de kolenkit ) De andere kamers in huis zijn trouwens helemaal niet verwarmd. Zodat we ' s winters voornamelijk in de huiskamer leven. Als we dan in bed gestopt worden, krijgen we een warme rubberen beddekruik mee. De volgende ochtend na het branden, moet Mama de sintels en de as uit de la onderin de kolenhaard halen. En de kolenhaard weer goed op gang brengen. Vaak heeft Mama ' s winters een houten was droogrekje ( uit drie delen ) om de kachel staan, om het wasgoed te drogen. Maar als Papa thuis komt, uit zijn werk, moet dat wasrek weg zijn, want dat vindt Vader ARMOEDIG ! Dan zet ze het gauw in een kinderkamer. Mama heeft meestal ook een flinke pan water op de kolenhaard staan. Zodat zij daarvan warm water kan gebruiken in de keuken, want daar is alleen een koude kraan, nog geen geiser. "KOUD EN GUUR ? MONS IN HET VUUR ! " (vervolg) Voordat het STOOK SEIZOEN GOED kan beginnen moesten er vroeger voor een KOLENKACHEL een aantal maatregelen genomen.... -------------------------------------------------------------------- EERST MOET DE SCHOORSTEENVEGER KOMEN. Dat gebeurt dan meestal in de zomer als er in de huiskamer geen kachel meer staat voor de schoorsteenmantel. Bij de meeste mensen gaat half Mei de kachel naar de ZOLDER , ook al is het misschien nog kil en koud. Waar de kachel blijft tot half October. Mama verbrandt eerst wat aardappelschillen in de kachel, om roet los te kunnen krijgen. Dan moeten er in de afgekoelde kachel kranten in de kachelpijp, voor het roet dat er nog inzit. Meestal is een kachel zo zwaar, dat hij door een paar volwassen mannen naar zolder moet gedragen. Die wordt op zolder in Mei allereerst schoongemaakt en '' GEPOTLOOD " (= INGEWREVEN MET POTLOOD-POEDER een mengsel van graphiet-poeder en leem) waardoor de kachel weer fraai zwart ziet. Daarna met ' n vettige substantie zoals vaseline. De lege kachel gevuld met proppen oude kranten. Weggezet bedekt ,met papier, oude kleden of met zakken. Wij hebben een kolenhaard. Die hoeft niet gepotlood. Die heeft 'n glimmend zwarte metalen buitenzijde die Mama schoonmaakt. Glimmend oppoetst. In de huiskamer in het stookgat van de schoorsteen wordt er een passend rond metalen afdek-plaatje gestopt. Zomers belt de schoorsteenveger aan bij alle woningen in de trappenhuizen, zodat hij op het dak zoveel mogelijk schoorstenen in 1 keer kan gaan vegen. Een enkele buurvrouw laat ' t niet doen, om geld uit te zuinigen. Niet erg verstandig, want dat kan later echter problemen geven in het stookseizoen. ( als de schoorsteen niet goed trekt ! ) Gewoonlijk zijn de schoorsteen vegers met zijn tweeën. Met donkere werkpakken aan. En vuile roetvegen in hun gezichten. ( Nu modern als Zwarte Piet , Ha, ha ! ) Eéntje gaat op 't dak staan, bij de schoorsteenpijpen. Wat ik lollig vind, dat dan in de kamer één van de schoorsteen vegers heel hard "HOEI !" naar boven schreeuwt. Zijn maat die roept ook weer "HOEI !" naar beneden. ... Zodat ze weten, dat ze de goede schoorsteen te pakken hebben. Mama heeft al een stapel kranten op de grond bij de schoorsteenmantel gelegd, voor vallende roet. Op het dak stoppen de schoorsteenvegers een soort lange grote "ragers" aan lange stelen, die in elkaar passen, in de schoorsteen. MAMA LEGT, ALS PAPA WEKELIJKS MET ' T VERDIENDE GELD THUIS KOMT EN HAAR HUISHOUDGELD GEEFT, EEN BEDRAG OPZIJ OM EIND VAN DE ZOMER, BEGIN VAN DE HERFST TENMINSTE 10 MUD KOLEN TE KUNNEN KOPEN, OF IETS MEER VOOR DE ZEKERHEID, INDIEN DE WINTER MISSCHIEN STRENG WORDT ? ( IS IN DE JAREN '50 -'60 VAAK 'T GEVAL) Papa bestelt het elk jaar tijdig, uiterlijk voordat de Herfst begint, bij onze kolenboer in de Retiefstraat. Ook wat zakken met aanmaakhoutjes. Als de vrachtwagen van de kolenboer is voor gereden, hangen er veel buurvrouwen uit de ramen, die kijken dan ( soms met afgunst ) hoeveel zakken kolen wij wel hebben besteld. Nieuwsgierig zijn ze niet, maar de buurvrouwen die willen ' t wel graag weten. ( En ze roddelen nooit, dat staat hen zo tegen ! ) Mama moet natuurlijk ook de hoeveelheid zakken met eierkolen goed tellen. Mama is dan helemaal zenuwachtig. Want zij heeft de traplopers van de trappen van 1, 2 en 3 hoog en dan nog de trap naar zolder eraf moeten halen. Ook alle traploper-roeden bij elkaar gebonden ( Dat die niet kunnen worden verwisseld ) Mama zegt: " Pierre mon petit chevalier, aide-moi ,'s il vous plait ! (Pierre, Mijn klein riddertje, help mij alsteblieft ) Vind ik leuk trouwens ook om te doen. Samen rollen we de traplopers op. Elk jaar op een woensdagmiddag bestelt Mama de kolenboer, dan kunnen mijn zus Jenny of ik haar helpen. De bestelde 10 mud of meer eierkolen, worden in grote jute zakken naar boven gedragen. Over de schouders van de kolenboer. Meestal een grote sterke kerel. Op de zolder heeft Mama een groot Kolenhok. Daarin worden die zakken geleegd. Voorzichtig, dat er niet te veel roet en gruis stuift. De lege zakken legt hij weer in zijn vrachtauto. Om met 'n volgende grote zak de trappen op naar boven te gaan. Ook zakjes aanmaakhout worden naast het grote kolenhok opgestapeld. Een kleine hoeveelheid Briketten. Die lijken op een platte grote steen. Ze zijn kunstmatig gemaakt van steenkolengruis met pek. Om af en toe wat eierkolen uit te zuinigen. Maar vooral de eierkolen, die stoken eigenlijk het allerbeste... ALS DE KOLENBOER WEER WEG IS, MOET MAMA OP HAAR KNIEËN, HET ROET EN VUIL VAN ALLE 4 TRAPPEN SCHOONVEGEN, MET EEN STOFFER EN BLIK. Dan nog met een sopje boenen.Daarna is Mama goed uitgevloerd en die avond hebben we een pan voedzame soep, die Mama al op een heel zacht pitje heeft staan, voor de kolenboer aan huis komt. Maar toe wel lekker vers gebakken pannekoeken. ( Hoi,hoi !! ) Mama zegt "iek bakken crèpes. " , maar dat zijn gewoon pannekoeken, maar dan veel groter en dunner dan de Hollandse DAN MOET PAPA, HALF OCTOBER, ONZE KOLENHAARD WEER MET EEN STERKE VRIEND SAMEN VAN ZOLDER NAAR BENEDEN TILLEN. BIJ DE SCHOORSTEENMANTEL ZETTEN. DE KACHELPIJP GOED ERIN. Vervolgens maar hopen, dat het niet al eind October al heel erg KOUD wordt, maar dat er pas half November hoeft te worden gestookt... Een Kolenkachel goed aan te maken is niet heel gemakkelijk, maar is een heel gedoe. Onze kolenhaard is een goede kachel, die als hij aan is, ook meestal 10 tot 12 uur door blijft branden. Eerst neemt Mama een stapel oude kranten. Maakt proppen papier ( Jenny en ik mogen dan leuk met Mama meedoen.) Die proppen legt Mama in de kachel op de bodem. Daarop legt zij kris-kras maar een beetje à cheval (= dakpansgewijze) dan nu een flink stapeltje aanmaakhoutjes. Wel een goede flinke laag. Eerst heeft Mama de afsluitklep van de schoorsteen opengemaakt. Ook de regelkleppen van de kolenkachel voor een goede zuurstof-toevoer bij het aansteken. Zij opent het deurtje van de as- en sintel-lade. Zodat er goed wat lucht bij komt. Dan steekt Mama de kranten-papier-proppen aan ( die verwarmen dan ook de koude schoorsteen) Zij sluit de laaddeur van de kolenkachel. Na een paar minuten branden de aanmaakhoutjes ook goed. Zijn na ongeveer een kwartier als gloeiende houtskolen geworden. Nu schept Mama kleine hoeveelheden eierkolen erin , uit de kolenkit met een kolen-schopje. Als die een "poffend" geluid gaan maken, doet Mama er steeds een beetje meer eierkolen op . Als die eierkolen dan roodgloeiend op het rooster in de kachel liggen. Steeds doet Mama wat eierkolen erbij, totdat de kolen-haard nu gevuld is. Dan sluit ze het deurtje van de aslade. Ook een deel van de luchttoevoer maakt Mama dicht met schuiven. Als er boven de eierkolen nu kleine blauwe vlammen gaan dansen, dan blijft de kachel mooi en netjes doorbranden, de hele dag en avond. Mama moet 1 of 2 keer op een dag ook nog 't rooster eventjes opschudden. Zodat dan eventuele as en sintels ( = uitgebrande koolresten) in de aslade vallen. VOOR HET SLAPEN SCHUIFT MAMA DAN ALLERLEI KLEPPEN DICHT. ZODAT ER WEINIG ZUURSTOF BIJ DE BRANDENDE KOLEN KOMT. NU BLIJVEN DE KOLEN DE HELE NACHT DOORGLOEIEN. Héél zachtjes blijven de kolen zo gloeien. De volgende ochtend kanhet vuur zo weer hoger gemaakt. Als er weer wat verse eierkolen uit de kolenkit ernaast in de kachel is geschept. Maaarrrr.. er moet dan nog wel voldoende eierkolen in de kolenhaard zitten.Want als de kolenkachel te weinig is gevuld kan die ’s nachts uitgaan. Dan is het de volgende ochtend armoedig en koude lijden, voordat deze weer is aangestoken. In de meeste woningen staat er alleen een kachel in de huiskamer, tot en met de jaren '50 en '60 is dat heel gewoon zo. De andere kamers en vertrekken zijn onverwarmd. Als het flink vriest dan staan er op de ramen van de onverwarmde kamers IJSBLOEMEN = bloem-vormige ijskristallen op de bevroren vensterruiten.. Veel mensen hebben bij langdurige streng vorst last van winterhanden en ook van wintervoeten. Dat zijn opgezwollen en ontstoken handen en voeten door de vrieskou. Weet nu bijna niemand meer. Kan men zich niet meer voorstellen nu het sinds 1998 al 25 jaar niet meer zo heel streng heeft gevroren in Nederland. Rond 1952 had je in Nederland ook een populair liedje, waarvan het refrein als volgt ging :"MIJN TENEN ZIJN BEVROREN EN MIJN NEUS IS BLAUW,..NIET VAN DE PIMPEL, MAAR VAN DE KOU ! " BIJ DE RIJKEN EN WELGESTELDEN, IN DE VILLA'S EN LANDHUIZEN, BESTAAT ER WEL AL CENTRALE VERWARMING IN DE 19 e EEUW, MAAR DE C.V.-KETELS WORDEN OOK MET KOLEN GESTOOKT. 's Winters trekken mensen in die tijd ook veel méér kleding aan.Ook wat warmere onderkleding. Als het dan nog koud is in huis een extra vest of trui aan. Daarover vaak nog een warme KAMERJAS.. Als het koud is des winters verblijft iedereen zo veel mogelijk in de huiskamer waar de kachel brandt.Bij het slapen gaan krijg je meestal een warme kruik mee naar bed en wat extra dekens. Als het een tijdje - 10 o vriest dan moet de benedenbuurman om half 5, of 5 uur ' s avonds, als het donker wordt, de waterleiding aftappen. Anders bevriezen de waterleidingen in het hele pand. Eerst de bovenbuurvrouwen waarschuwen, dat ze pannen water vullen ( voor koken) en ook emmers water om de W.C. door te kunnen spoelen. OOK BIJ ONS IS EEN KEER DE KACHEL 'S NACHTS UITGEGAAN, ALS MAMA DE KOLEN HAARD TE ZUINIG HEEFT GEVULD. WANT JE WEET BIJ KOU NOOIT HOE LANG HET STOOKSEIZOEN DUURT.Dan ben ik 6 of 7 jaar oud die winter. Des ochtends, als ik opsta, doe ik automatisch ' s winters al een dikke vest over mijn pyjamaatje aan. En ik loop met warme pantoffels. Maar het is dan extra koud. Daar hoor ik Mama gillen en mopperen in 2 talen (Italiaans en Frans : " è...La pepa !! ...Oh, sapristi ! C' est très froid ! " (= verdraaid , het is erg koud ! ). Is onze kolenhaard uit ! Over haar nachthemd heeft Mama een vest en dikke trui aangetrokken. Daaroverheen een warme kamerjas. Dikke wollen sokken en haar Ski-broek, uit Zwitserland heeft Mama aan. Aldus uitgedost komt Mama niet meer in aanmerking voor een prijs voor elegantie. Maar ze heeft het in elk geval ietwat warmer. Het is heel koud in huis en ik doe ook maar mijn jack aan over mijn vest. Mama moet van de kou en ellende bijna huilen. Inplaats dat ze koffie kan zetten. Dat we tijdig kunnen ontbijten, moet de kachel zo snel mogelijke aangemaakt. Ik wil doen, wat ik maar kan, om haar te helpen. Mama roept : "Pierre, mon petit ange (= mijn kleine engel) , Voici le seau. Apporte-moi s' il vous plait quelques boulets de charbon du grenier ( = Hier is de kolenkit. Haal mij alsjeblieft wat eierkolen van zolder ) Zij geeft de sleutel van de zolder." Et aussi des petits bois "(= en ook wat aanmaakhoutjes ) Mama begint de kolenkachel aan te maken. Ik moet wel een paar keer op en neer lopen naar zolder. Want ik kan nog geen al te volle en zware kolenkit dragen...En daarbij ook nog een zakje aanmaakhoutjes..Als de kachel brandt maakt Mama een flinke pot thee en een pan met lekkere warme griesmeelpap met rozijnen. Word ik van binnen en van buiten weer warmer... OM DE KOLENHAARD GOED EN ZO VOORDELIG MOGELIJK TE LATEN BRANDEN, MOET MAMA DIE KACHEL STEEDS IN DE GATEN HOUDEN. Wanneer het wat kouder wordt, omdat de kolenkachel dreigt uit te gaan. Pookt Mama eventjes in de haard, met een grote lange pook. Er is geen vuur meer te zien, als Mama kijkt door de micaruitjes van de kacheldeur. De as en de sintels moeten uit de kachel gehaald. Voorzichtig, want de onderste laag as en sintels kan nog wat gloeien en heel heet zijn. Daarna moet er een nieuw vuur worden aangelegd. Zo maakt Mama de kachel weer opnieuw aan, met proppen aangestoken krantenpapier. Hierop wat karton. En dan een hoeveelheid aanmaakhoutjes. Vervolgens ‘n laagje eierkolen en één of twee doormidden gebroken briketten. Mama betast telkens de kachelmantel om de stijging van de temperatuur in de kolenhaard goed te volgen. Mijn Moeder kijkt door de kiertjes van de wat open gezette vulklep in de vlammen, of het branden al goed gaat ?Ook kijkt ze door de mica ruitjes in de kacheldeur naar de vlammetjes in de kolenkachel. Dan matigt zij de luchttoevoer onder aan de kolenhaard. Een tijd later vult zij de kachel geleidelijk wat bij met eierkolen uit de kolenkit. Zij zegt tevreden : “ Voilà, il brûle...et il parle !” ( = Ziezo, hij brandt ... en hij praat !)
Van swindenschool, 1956
1956 en 1962-1963 Echte Winters...
Wij in Nederland, zijn qua Winters, heden ten dage, wel echt MIETJES geworden in 2022, Ha, Ha !! Wanneer mijn zusje Jenny en ik klein zijn, zijn winters met ZEER STRENGE VORST hier nog heel gewóón... in FEBRUARI 1956 is dan één van de koudste Februari maanden, sinds het begin van de Meteorologische waarnemingen in Nederland.Overdag gemiddeld –10 o Celsius. Zegt de weerman op de radio deze week woensdag 16 Februari 2022. Het is al de 9e ZACHTE WINTER op rij nauwelijks vorst Op donderdag 16 FEBRUARI 1956 vriest het des nachts in Groningen - 27 o / en op Vliegveld Twenthe - 21 o / en in Hoorn - 24 o . En natuurlijk in Amsterdam ook zo' n temperatuur... Met overdag ook strenge vorst -10 o als MAXIMUM temperatuur. Normaal loop ik dan als jongetje van 6 jaar in een korte broek met lange kousen weliswaar, maar blote knietjes. Pas als het heel erg streng vriest krijg ik van Mama een warme lange broek aan, die zij gemaakt heeft van een oude broek van Papa. Op alle ruiten in onze woning op het Afrikaner- plein 16 staan grote, mooie ijsbloemen gevroren ( ziet er heel mooi uit ! ) Dus aan de binnenkant van ‘t glas zijn de ruiten dan bevroren. Er is alleen enkel glas in de vensterruiten. Vaak kieren de ramen en hoor je bij harde wind, die gure Oostenwind zacht fluitend tochten Er staat alléén een kolenhaard in de Huiskamer. Alle andere kamers zijn onverwarmd. Dus die zijn behoorlijk fris met ijskoud zeil op de grond. Als we naar bed gebracht worden krijgen we ‘n rubberen warmwaterkruik mee voor op onze koude voetjes. Mama heeft ook nog 1 metalen (roodkoperen) kruik, maar daar moeten een paar oude sokken omheen, anders brand je je eraan. Bij heel erg koud weer legt Mama onze flanellen winter-pyjamaatjes eerst even op de kolenhaard, niet te lang. Zodat we die lekker warm aan kunnen trekken voor de kolenkachel. Papa stopt ons dan altijd stevig in, als we in bed liggen. Lakens en dekens flink onder het matras gestopt. Hij roept : “Ik Maak een rolmops van je ! “ En wij giechelen ! Hoe kouder het is, hoe meer wollen dekens, nieuwe en oude, er op onze bedden worden gedaan. Als ‘t nog niet genoeg is ook nog een dikke winterjas van Mama, op Papa. Tot een hele loodzware, maar warme vracht op ons bed. Soms vriest ‘t zo hard, dat je eigen adem is bevroren op het beddegoed. Als je uitademt, lijkt je adem net stoomwolkjes uit je mond Op hele erge koude dagen mogen wij buiten op straat onze pyjamabroek aan, onder onze lange broek en 2 paar sokken. We stoppen gewoon een oude krant onder onze onderhemdjes, om warm te blijven. Mama heeft wanten voor ons gebreid en die zitten dan met een touwtje door onze mouwen, in onze winterjasjes, zodat we ze niet verliezen. Ook zelfgebreide wollen mutsen, die je lekker over je oren kunt trekken. Wel hebben we na enige tijd strenge vorst last van wintertenen en winterhanden ( Mama smeert er dan Glycerine op en onze wanten erover.) OP STRAAT ZINGEN MIJN ZUSJE EN IK HAND IN HAND een tophit: ..." EN MIJN TENEN ZIJN BEVROREN... EN MIJN NEUS IS BLAUW, NIET VAN DE PIMPEL, MAAR VAN DE KOU !". als we wandelen met Mama en Papa. We maken hele grote sneeuwpoppen naar hartelust, Met stukken kolen als ogen en wortels als hun neus en een oude hoed op. Een oude bezem in hun hand. Daarvoor moe ten we dan eerst hele grote ballen rollen, door de sneeuw, die dan steeds groter worden en met hulp van Papa op elkaar stapelen... De winter is heel erg koud. Al weken ligt er ijs in de grachten. Het lijkt wel of het er altijd is geweest, zo lang is het er nu al ! Geen mens rijdt er meer schaatsen op. Want er ligt een grauwe laag sneeuw op. Brrr ! Hard waait de wind door je kleren heen ! Bij wind tegen lijkt het of die ijswind je wegduwt. Mensen huiveren. Ja het is flink koud en begint al heel vroeg te donkeren buiten op straat. Krijsende meeuwen vliegen boven de huizendaken, hopende dat mensen hen wat kleine stukjes brood toe gooien, waarnaar ze duiken als trapeze-werkers. ALS IK OP DE BRUG OVER DE RINGVAART KOOP, ( BIJ DE TRANSVAALKADE, SCHALKBURGERSTRAAT ) ZIE IK DAAR EEN PAAR UITSLOVERIGE JONGETJES, ZE STAAN AAN DE BRUGLEUNING VASTGEVROREN MET HUN TONGEN. Hebben mekaar opgejut en gezegd : " BANGE POEPERT, DURF JIJ ? !" Als je 1 minuut ( of korter ?) je natte tong tegen de metalen brug aandoet, zit ie vast.! Nu staan die te janken met hun tongen vast. ER KOMT EEN BRANDWEERWAGEN MET LOEIENDE SIRENES AAN...OM DIE STOMME JOCHIES TE BEVRIJDEN. Een paar mensen die ze al hebben zien janken, zijn gauw naar het Krugerplein gerend om in de telefooncel het alarmnummer van de Brandweer te bellen. Die verwarmen de metalen stang van de brugleuning met ‘n Bunsenbrander en door de warmte komen die sufferds hun tongen weer los... Weer ‘n andere keer, met een stom jongetje, heeft een mijnheer op weg naar zijn werk, uit medelijden zijn hete Thermosfles koffie erover gegooid en kwam zo de vastgevroren tong los... OP 14 FEBRUARI 1956 WEET NOG GEEN ENKELE NEDERLANDER ( BEHALVE EEN PAAR MET FAMILIE IN AMERIKA ) WAT "VALENTIJNSDAG" IS, MAAR OP DIE DAG IN HOLLAND WORDT GEESTDRIFTIG DE FRIESE ELFSTEDENTOCHT HIER WEER GESCHAATST, IN DE BARRE VRIESKOUDE... ZES EN HALF DUIZEND SCHAAATSERS NEMEN DEEL.. Het is de allergrootste marathon op de schaats ter wereld...( in de krant Het Parool van dinsdag 14 Februari 1956, die je op internet kunt nazien tegenwoordig, staat dat er in LEEUWARDEN geen bed onbeslapen is gebleven, voor de schaatswedstrijd begint..Op Schiphol was het die nacht - 18 o En in De Bilt en in Amsterdam vriest het - 15 o MAMA EN PAPA GAAN SAMEN OP ZONDAG 19 FEBRUARI 1956 NAAR OPERA ,IN DE STADSSCHOUWBURG:"LA TRAVIATA” van de Nederlandsche Opera ( waar ze zin in hebben denken Jenny en ik) Mama heeft een Grammofoonplaat ervan, met een mevrouw die Maria Callas heet. Dat mens gilt zó erg, dat je denkt dat ze haar handen vast heeft verbrand als ze de witte kookwas wil doen.? Die Lijkt op de mevrouw in Stripverhaal “Kuifje“,Bianca Castafiore,“de Milanese Nachtegaal”die gilt ook zo, tot haar spiegel knapt (ha, ha !!) "AH, HA- HAA- HIIE- IE ! JE RIS QUAND JE ME VOIR SI BELLE DANS CETTE MIROIR !" (= AH, HA - HAA- HIE- IE !... IK LACH, TERWIJL IK MIJN SCHOONHEID ZIE IN DEES' SPIEGEL ! " zingt die dikke Operazangeres, Bianca Castafiore, haar lievelings aria ? "Tante" Karla Spreekmeester past die zondag op Jenny en mij. Zij woont om de hoek in de Danie Theronstraat nog steeds, sinds begin jaren 30. Dus voor de oorlog met haar Moeder. Maar haar Vader Elias (?) Spreekmeester, die is erdoor de moffen weggehaald en ook haar verdere familie en niet teruggekomen... WEERBERICHT : DE HELE WEEK ZEER STRENGE VORST ( DIE FEBRUARI 1956 ) OVER HET ALGEMEEN VEEL BEWOLKING MET NU EN DAN SNEEUWBUIEN,VOORAL IN DE KUSTPROVINCIES..ZWAKKE TOT MATIGE WIND UIT NOORDELIJKE RICHTIN- GEN / NOORDOOST EN OOST-NOORDOOST KRACHT 2 TOT 3 / OVERDAG MATIGE TOT STRENGE VORST - 7 o TOT - 11 o CELSIUS DE STRENGE VORST BLIJFT AANHOUDEN in de aanvoer van koude lucht komt geen verandering KOM DAAR NU EENS OM, BIJ ONZE HEDENDAAGSE HOLLANDSE " MIETJES ", DIE GEEN WINTER, NIETS MEER GEWEND ZIJN ...!!! HET IS AL DE 9E ZACHTE WINTER OP RIJ MET EEN TEMPERATUUR CONSTANT ALS IN APRIL... ER IS AL 25 JAAR GEEN FRIESE ELFSTEDENTOCHT MEER GEREDEN... ( DE LAATSTE IN JANUARI 1997 ) Elk jaar zitten de Friese IJsmeesters met zure gezichten achter hun glaasjes Berenburger en zeggen zuchtend in het Fries :"KEN NET ! MIEN JONG ! " (het kan niet, mijn jongen ! ) en zij verdrinken hun verdriet flink met de fles Berenburger.... DAAROM NOG 1 KEER :JENNY EN PIERRE MET LANGE BROEKEN IN DE WINTER MET BEER SJIMSON EN POP GOUDKOPJE MAMA HEEFT VOOR DE KOU OOK ‘N TRUI VOOR MIJN BEER SJIMSON GEBREID,MAAR DIE HEB IK HIER NIET AANGEDAAN Als we begin 1959 zijn verhuisd, naar de Commelinstraat 8, boven Papa’ s stoffeerderij, dan moet Papa bij strenge winters bij – 10 o /-15 o eind van de dag de waterleiding van het gehele pand afsluiten rond 16.30 uur. Die daar het huis binnenkomen, in de kelder. Anders kunnen de waterleidingen gaan bevriezen. Ook moet Papa het water uit de leidingen tappen. Voor die tijd moet hij eerst ook bij alle bovenbuurvrouwen aanbellen, dat ze nog wat pannen en emmers water kunnen nemen. Om nog te kunnen koken en een kop drinken te maken. En het toilet door te kunnen spoelen. Dan des ochtends vroeg, zet Papa de waterleiding weer aan. IN DE WINTER VAN 1962 / 1963 VRIEST HET ZÓ HARD, DAT ZELFS DE GOLVEN VAN DE NOORDZEE ZIJN DICHTGEVROREN. OOK HET IJSSELMEER IS DICHTGEVROREN DAAR GAAN MENSEN MET AUTOS OP RIJDEN.( Het allervreemdste is ook, dat het doodstil is. Er is helemaal geen geluid van de branding met hard spattende golven OP HET EILAND MARKEN VIEREN ZE EEN BRUILOFT BUITEN OP HET DIKKE IJS. IN AMSTERDAM FIKT DAN JAMMERGENOEG OOK WARENHUIS DE C & A AF! ALS DE BRANDWEER ER KOMT BLUSSEN, DAN BEVRIEZEN DE WATERSTRALEN TOT HELE GROTE, METERSLANGE IJSPEGELS !!! HEEL AMSTERDAM LOOPT UIT. OM DAT AFGEBRANDE WONDERLIJKE " IJSPALEIS " TE ZIEN.Wel heel erg zonde van ‘t architectonisch fraaie gebouw van Berlage uit 1893 !
Van swindenschool, 1956
NOG MET LEI EN GRIFFEL IN DE 1e 2 KLASSEN LAGERE SCHOOL
VANWEGE DE SCHAARSTE BEGIN JAREN ' 50 EN DE ARMOEDE IN DIE OPBOUWJAREN KRIJGEN WE IN DE 1e TWEE KLASSEN GEWOON NOG LEITJES EN GRIFFELS OM TE LEREN SCHRIJVEN, NET ALS VROEGER ONZE OUDERS EN GROOTOUDERS ... Zodat we een schooltas hadden met een griffeldoosje en een sponzen-doosje , waarin je een bruin-e of witte boon heel leuk kon laten ontkiemen door het vocht erin. Ook krijgen we de eerste leeslessen nog met AAP-NOOT-MIES leesplankjes met losse lettertjes , die je op een richeltje moest doen om woorden te vormen. "PUH...OOOH... EEHEE ...SSSss " ...POES . Wat later gaan we schrijven met en kroontjespen en inkt. Die inktpotjes zaten in een klein gaatje in de schoolbankjes aan de zijkanten... Dat gaf vaak een geknoei. Waarvoor je altijd een vloeiblad moest hebben voor eventuele inktvlekken. Het was de kunst, om de penhouder van je kroontjespen voorzichtig beet te pakken en in te dopen. Zodat je alleen je kroontjespen in de inktpot deed en niet de penhouder. Dus goed opletten, want anders zaten je vingers en soms je kleding onder de Blauw inktvlekken. Ik vond het schrijven met pen en inkt leuk, omdat ik ook graag tekende. Van Juffrouw Chritoffel in de 3e klas,kreeg ik wel eens leuke stempel-plaatjes in mijn schoolschrift. Als beloning voor netjes en mooi schrijven. Niet alle kinderen vonden het schrijven met kroontjes pen en inkt leuk. Ik zag een s een jongetje die doopte punt van de lange vlecht van een meisje voor hem in zijn inktpotje. Wat grappig voor hem was, maar natuurlijk niet voor dat meisje..! Pas in de 3e klas heb ik voor het eerst een BALPEN gezien. Dat is nog een hele nieuwerwetsigheid dan... Met aardrijkskunde was het soms heel saai, dan moest je met de hele klas van die van buiten geleerde plaatsnamen rijtjes op gaan dreunen. De juf of meester hing dan een BLIND KAART MET STIPPEN op en dan tikte hij de plaatsen met een aanwijsstok aan. Dan allemaal tegelijk luid : (..) HOOGEZAND, SAPPERMEER, VEENDAM , WILDERVANK, OUD PEKELA, MIEUWE PEKELA, STADSKANAAL...! " ( met mijn excuses als ik het, na 70 jaar nu misschien fout doe ? Ha, ha, ha !! )
Christiaan de Wetschool, 1952
