Kees van den Brink

Kent 0 personen

MARRIED , 1 kinderen
Woont in -

    Bekijk het volledige profiel van Kees van den Brink en al je andere schoolgenoten!

    In SchoolBANK kun je GRATIS je scholen terugvinden en weer in contact komen met je docenten en schoolgenoten. Registreer je en begin meteen!

    Kees van den Brink heeft 51 klassenfoto's en kent 0 schoolgenoten. Benieuwd of jij iemand herkent?

    Meld je snel aan en vind jouw oud-schoolgenoten en klassenfoto's terug!

    Aanmelden

    Een gebeurtenis die voor altijd in mijn geheugen gegrift staat is mijn sollicitatie bij het onderwijs.

    Een gebeurtenis die voor altijd in mijn geheugen gegrift staat is mijn sollicitatie bij het onderwijs. Uit maar liefst 150 kandidaten, waren er drie uitverkoren, waaronder ik mezelf mocht rekenen. Voor het sollicitatiegesprek zaten we gedrieën broederlijk te wachten tot we voor de commissie mochten verschijnen. Een van mijn collega's vertrouwde mij toe, dat de onregelmatige en late werktijden en het gebrek aan gezinsleven, voor hem de aanleiding vormden, om het bedrijfsleven uit te stappen. Voor een toekomstig leraar is dat nu niet bepaald een goede motivatie. Een bestuur dat zichzelf respecteert, zoekt naar bevlogen en vakbekwame mensen, die er op gebrand zijn hun vak uit te dragen. Mijn concurrentiepositie zou aanzienlijk worden versterkt, als mijn vakbroeder zijn verhaal aan de sollicitatie commissie zou vertellen. Hij tekende zijn eigen vonnis en ik stapte in augustus 1974 vanachter de kachel, voor de schoolbanken. Het was de eerste Algemene Technische school in Utrecht. Ik kan er u met een gerust hart over vertellen, want de school is er toch niet meer. De directeur begeleidde me naar mijn lokaal. Door donkere gangen ging het naar de eerste verdieping. Twee enorme deuren vormden de toegang. Daar stond ik, met voor mij een nest jonge honden van veertien, vijftien jaar, die ik de eerste beginselen van het koken bij moest brengen. Mijn pedagogische scholing bestond uit de leermeestercursus die in die tijd gegeven werd door Berenschot in opdracht van de SVH. (Stichting Vakonderwijs Horeca) Mijn eerste les - uit de losse pols - ging over de inrichting van de keuken. Van enige begeleiding binnen de school was totaal geen sprake. Je zocht het maar uit. In de weekenden, moest ik gaan werken bij mijn baas. U kent dat slag wel, die je wil dwarsbomen om iets anders te gaan doen. Hij weigerde mij een ontslagbewijs te geven. Daardoor kon de school me geen aanstelling verlenen. Na enige weken schreef de directeur een dikke brief. Waarna het probleem werd opgelost. Het schoolgebouw zelf was ronduit onbeschrijfelijk. Alle toiletten zaten op slot. De helft werkte niet meer. Toiletpapier moesten de leerlingen bij de conciërge halen. Als er ergens een plafond naar beneden kwam, werd de rommel opgeruimd. Van reparatie was geen sprake meer. We mochten onze auto's niet onder de ramen parkeren. Als er een raam uitviel, werd dat niet door verzekering gedekt. Het kooklokaal was totaal vervallen. Het had een houten vloer. Schrobben kon dus niet. In één hoek mocht je niet komen, anders liep je het risico om door de vloer te zakken. Het water van de afwas moest je in etappes weg laten lopen. Anders dan volgde beneden een overstroming. Dat die omstandigheden gevolgen hadden voor leerlingen en leerkrachten, laat zich raden. Werken op school is precies hetzelfde als bij de pizzabakker van Iglo; je moet onderaan beginnen. De school in Utrecht leende zich daar bijzonder goed voor. Wie niets van het onderwijs wist, kon daar meteen in het diepe springen en een brede ervaring opdoen. Zo'n school waar helemaal niets meer aan gebeurt, heeft ook invloed op zijn bewoners. Het lerarenteam kwam van heinde en verre, maar niemand was van plan om richting Utrecht te verhuizen. Je diende je tijd uit, of zocht met bekwame spoed een nieuwe betrekking. De personeelsraad leidde een actief leven. De directie werd letterlijk weggehoond uit vergaderingen. Wat ik me vooral herinner aan die beginperiode, zijn de vergaderingen. Als doener uit het bedrijf, was ik stomverbaasd waarover je je allemaal druk kon maken. Toen realiseerde ik me al, dat er een tijd zou komen, dat ik daaraan gewend zou raken. Zo'n gebouw en zo'n lerarenteam waren een prima voedingsbodem voor een bepaald soort leerlingen. Die kwamen net als hun leraren, van dichtbij en van ver. Als je ergens niet meer gewenst was, kon je altijd nog in Utrecht terecht. Misschien vergis ik me daarin en was ik niet gewend aan stadse leerlingen. Ik kan me in ieder geval nog als de dag van gisteren herinneren, dat er ruzie was tussen een leerling in het restaurant en een uit de keuken. Alle twee bomen van kerels, die me met gemak uit het lokaal zouden kunnen dragen. De “gastheer” nam door het officeluik (“ruimte tussen restaurant en keuken) een snoekduik in de keuken en daar stonden ze tegenover elkaar, ieder met een koksmes in de hand. Mijn engelbewaarder heeft me vast en zeker bijgestaan, want ik begrijp nu nog niet hoe ik in staat ben geweest om een van de vechtersbazen uit de keuken te loodsen. De ander heb ik naar huis gestuurd. Daarna ging ik de hele school door, op zoek naar een directielid. Maar ik kon nergens iemand vinden. Het meeste heb ik me kwaad gemaakt op de directeur die de volgende dag vroeg waarom ik niet naar hem was toegekomen. Praktijklessen overleefde ik nog wel, hoewel er weinig van de maaltijd in het restaurant terechtkwam. Theorielessen waren heel leerzaam, vooral voor mij. De theorielokalen waren op zolder. De afscheiding met het volgende lokaal bestond uit een houten wand. Orde houden was een probleem. De juffrouw die naast me les gaf kwam regelmatig op bezoek, om te vragen, of het wat zachter kon. Ik wilde wel, maar het nest jonge honden niet! Die hadden na een kwartier genoeg gehoord en hadden zo hun eigen idee over de invulling van de rest van de tijd. Ik nam een bandrecorder mee, om te zien hoe lang ze wilde luisteren en daaraan mijn lessen aan te passen. Wat dat betreft zijn leerlingen nog niets veranderd. Ze moeten wat te doen hebben, dan zijn het engeltjes. De collega die me inwijdde in de geheimen van het leraarschap, meneer Hazebroek, was lid van de Getuigen van Jehova. Er kwam nooit een onvertogen woord over zijn lippen. Ik ben dan ook nooit zijn definitie van tomatensoep vergeten: 'Wie tomatensoep eet of een weduwe trouwt, weet nooit van tevoren wat erin is gedouwd.' In 2010 is voor deze uitspraak enige verduidelijking noodzakelijk: in de keuken wordt vroeger niets weggegooid. De eierschalen gingen in de bouillon om die helder te maken, net zoals de schillen van uien en wortelen, voor de smaak. Restjes groenten en dergelijke werden in de tomatensoep gedaan. Een populaire soep die prima in het dagmenu paste. Een van de prettige dingen van het leraarschap vond ik het salaris. In die tijd groeide de bomen nog tot in de hemel. En het salaris groeide mee, zonder dat ik bij de baas moest vechten voor waar ik recht op had. Dat was een hele verademing. Na een jaar heb ik Utrecht verlaten. De collega voor wie ik was ingevallen(Meneer van Asperen?), kwam weer terug. Ik was in ieder geval een unieke ervaring rijker. Mei/Juni 91 Een paar jaar eerder heeft Peter den Iseger hier lesgegeven. Beter bekend als 'Maître Pierre', die na zijn vertrek van de school een zeer succesvolle horeca ondernemer is geworden. Over zijn belevenissen heeft hij een onderhoudend typisch 'horeca' boekje geschreven: Maître Pierre vertelt : belevenissen met zijn meest geliefde gasten onder wie kopstukken uit het bedrijfsleven, de politiek en de theaterwereld. Amsterdam : De Sfinx, 1992.

    1e Algemene Technische School, 1974

    Behoorde tot de drie 'heren'van de klas.

    Behoorde tot de drie 'heren'van de klas. Hans van de Weijden. Leo Remmers en mijn persoon.Voor het godsdienstexamen haalden we de misdrukken van de stencilmachine uit de lerarenkamer, waar we 's middags overbleven. Volleyballen voor de school. Hier zat mijn eerste grote liefde Beppie van der Schoot.

    Bonifacius (M)ULO, 1956

    Ik herinner me alleen een klassefoto waar we allemaal met een strikje opstonden.

    Ik herinner me alleen een klassefoto waar we allemaal met een strikje opstonden. De klasseleraar werd 'opa' genoemd. Er zat ene Koppelman van een winkel in de klas bij wie ik wel eens thuis ben geweest.

    Sint Gregorius College Scho..., 1955

    ?