Ontdek PLUS

Eva Mann

Kent 0 personen

Burg. staat -
Woont in -

    Bekijk het volledige profiel van Eva Mann en al je andere schoolgenoten!

    In SchoolBANK kun je GRATIS je scholen terugvinden en weer in contact komen met je docenten en schoolgenoten. Registreer je en begin meteen!

    Eva Mann heeft 6 klassenfoto's en kent 0 schoolgenoten. Benieuwd of jij iemand herkent?

    Meld je snel aan en vind jouw oud-schoolgenoten en klassenfoto's terug!

    Aanmelden

    Jaar avondopleiding, vijf avonden per week modeltekenen.

    Jaar avondopleiding, vijf avonden per week modeltekenen. Een heel goede gelegenheid om modeltekenen te oefenen. In een enorme zaal met goede modellen. Waar serieus werd gewerkt. Echt fantastisch! Docent was : Schluter. Overdag had ik een baan. Ook in de binnenstad. Ik woonde toen in Amstelveen. Ik had geregeld dat ik snel even wat- kant- en- klaar-eten kon opwarmen bij familie in de binnenstad. In de avond. 7.00 tot c. 23.00 was ik niet thuis. Alleen in het weekeinde nog wat vrije tijd. Toch was het een fijn jaar. Ik ben blij dat ik dit indertijd toch heb gedaan. Ik begon nog even aan het tweede jaar. Maar ik zag er toch vanaf. Het was .. te veel hooi op de vork. En ik kon opeens een lesbaan kunstgeschiedenis (met 8 uur reistijd per dag) krijgen. Aan de kunstakademie in Kampen. Helaas maar tijdelijk, bleek. Ik ben wel blijven tekenen -ook modeltekenen bij clubs - en dit jaar modeltekenen aan de akademie was heel goed als basis voor mijn illustratiewerk.

    Rijksakademie van Beeldende..., 1979

    Na een jaarlang orientatiecursus op zaterdag volgde ik een jaar de avondopleiding.

    Na een jaarlang orientatiecursus op zaterdag volgde ik een jaar de avondopleiding. Vijf avonden per week. Dat was heel plezierig. De opdrachten vond ik een uitdaging en ook verruimend. Het volgen van de opleiding illustratie werd mij als vervolgstudie geadviseerd. Terecht vind ik achteraf. Ik deed overdag ook al een paar jaar - met studiebeurs en strak schema van studiepunten - een univ. opl. kunstgeschiedenis. Toen ik een eigen huishouding moest gaan voeren werd het te veel. Twee studies. Ik koos er in 1971 voor de univ. studie waarvoor ik al een studiebeurs had en die ook veel tijd vroeg, eerst af te maken. En in mijn vrije tijd wel te tekenen en paar cursussen te volgen. Later nog wel tijdje Rijksak. B. Kunst , avonden, gevolgd. En natuurlijk ben ik wel blijven tekenen. Maar geen ingewikkelde technieken.

    Gerrit Rietveld academie, 1970

    Tekenen, Nederlands (opstellen) en geschiedenis waren op het gymn.

    Tekenen, Nederlands (opstellen) en geschiedenis waren op het gymn. mijn favoriete en beste vakken. Mijn wens was: een opleiding aan een akademie voor b. kunst te gaan volgen en cultuurkennis uit te breiden, oa. meer over de 20e eeuwse kunst te weten te komen. Maar de kunstakademie werd door het Geref.Gymnasium aan mijn familie afgeraden. Een Chr.kunstak. bestond toen nog niet. Bij wijze van compromis is toen besloten: aan de VU een studie kunstgeschiedenis via een studiebeurs en de kunstak.(avondopl.) als tweede studie erbij. Zo studeerde ik kunstgesch. aan de VU. Na het kandidaats k.gesch. ook algemene geschiedenis als extra verzwaard bijvak, om een 1e gr.lesbev.heid daarin te halen en mijn beroepsmogelijkheden uit te breiden. Want ik had inmiddels wel begrepen dat het bijna onmogelijk was passend, betaald werk te vinden met alleen een doctoraal k.gesch. Ik volgde ook cult. antropologie als interessant doctoraal bijvak. Via de VU prachtige kunsthist. excursies, goed georganiseerd. Het Loiregebied, Venetie en Berlijn/Dresden. En div. dagexcursies in Nederland. Een goede voorbereiding voor wie later zelf excursies organiseert! De excursies werden deels door de studenten zelf verzorgd. Werk voor het VU-Exposorium: organisatie van exposities in het grote univ. complex, ook een zinnige training. De kale moderne gebouwen van de VU werden zo door de k.hist. studenten verfraaid met steeds wisselende kunstwerken. Desnoods zelf lijsten zagen, vervoer regelen, alles ophangen, zoeken naar de beste plaatsing en belichting in het gebouw, catalogi en prijslijsten maken. Een klein deel van de tentoongestelde kunstwerken werd door de VU aangekocht en versiert nu permanent de gebouwen. Voor het vak architectuur: studie bij Van Swigchem. Bijzonder hoe hij ons inspireerde analytisch gebouwen te bekijken. En te tekenen. Boeiende, amusante colleges! Voor mijn hoofdvak beeldende kunst: studie bij prof. Rookmaaker - de enige professor aan de afd. - die een christelijk/reformatorische visie op kunst doceerde. Een pluspunt bij zijn colleges: de toen ongebruikelijke aanwezigheid van veel uitsluitend Engels sprekende studenten - die prof. Rookmaaker aantrok - bevorderde de taalvaardigheid van zijn Nederlandse studenten. De studie k.geschiedenis aan de VU werd bij de intake gepresenteerd als "standaard". Na de eerste studiejaren bleek het echter alleen mogelijk over te stappen naar een andere universiteit met verlies van alle behaalde studiepunten en studiebeurs. Want: vooral gezien de Christelijke uitgangspunten van prof. Rookmaaker werd deze afd. niet erkend door andere universiteiten. Zo was ik genoodzaakt alle tentamens, scripties, stages voor mijn studie aan de VU te doen. Hoewel ik graag elders colleges volgde en voor het hoofdvak beeldende kunst graag elders had willen werken, met keuzevrijheid mbt. boekenlijsten, scripties en stage. En een andere benadering van de kunst dan prof. Rookmaaker - gezien zijn overtuigingen - kon en wilde bieden. Een kwalijke dwangsituatie, vind ik ook achteraf. Waar ik nietsvermoedend als eerstejaars in terecht kwam. Strijdig met de akademische vrijheid. Onterecht ook: studenten afwijzen wegens de orthodox-christelijke opvattingen, geschriften, van een professor. Een probleemstelling van prof. Rookmaaker was vooral (hier simpel gesteld): hoe gaan streng-geref.-bonders om met de heersend geachte, omringende cultuur? Met moderne kunst? (Vaak liever niet). Dit was een belangrijk probleem begin jaren 70 op de VU. Voor het hoofdvak b.kunst. Het betekende afwijzing - ook het niet bestuderen - van veel cult.stromingen na 1850, b.kunst, literatuur.. Op zich is het een interessant en ook algemeen vraagstuk: er zijn immers ook veel niet streng Chr.mensen met een voorkeur voor Rembrandt boven Picasso of Klee of Francis Bacon. Etc. En met bv. een selectieve interesse voor door anderen belangrijk geachte literatuur, films, tv programmas. Prof. Rookmaaker wenste een andere, een echt prot. chr. cultuur, kunst. Het bestaan van kunst wees hij niet in puriteinse zin af. Op deze afd. Vu-kunstgeschiedenis ontbrak in die periode een duidelijk studieprogramma. Er circuleerden meerdere studieprogramma´s en overgangsregelingen. Hoeveel scripties, lezingen, stages, werkcolleges en tentamens nu eigenlijk verplicht waren, hoe studiepunten geregeld waren, wist niemand. Het was maar het beste de studie - voorzover dat werd toegestaan - zelf in te richten. Heel veel tijdverspilling, onzekerheid, uitgebreide, verplichte boekenlijsten deels niet interessant voor mij, verplichte werkstukken die ik dan zonder commentaar retour kreeg. Voorts; min of meer theologische of gevoelsmatige, niet zozeer wetenschappelijke, discussies en colleges over het afwijzen van de moderne cultuur. Als het ware kilometers door los zand lopen..(Zie oa het boek van prof. Rookmaaker, met de onheilspellende titel: Modern Art and The Death of a Culture (1970), gevoelsmatige uitspraken over de moderne cultuur, waar ik nooit doorheen ben gekomen, precies lezend. Al staan er ook zinnige conclusies in). Een kritische houding tav onze cultuur vind ik prima maar er werd wel erg veel kortaf afgewezen in dit boek - dat ook collegestof was. Dit was allemaal erg vervelend dus. De afd. kunstgesch. aan de VU bestond sinds 1965 toen ik er als 1e jaars arriveerde. In 1969. Verkeerde nog in een opbouwfase. Kleinschalig. Democratisering en meer ordening en uitbreiding van de staf zijn later ingevoerd. Ik probeerde de eerste jaren de kunsthist. univ. studie te combineren met mijn tweede studie: de avondopleiding aan de Rietveld akademie voor b.kunst. Dit bleek uiteindelijk toch te zwaar. Vijf avonden per week + huiswerk. Extra. Vooral toen ik zelfstandig ging wonen was dit niet meer te doen. Erg jammer. Later heb ik nog wel een jaar de avondopl. aan de A'damse Rijksakademie voor b. kunst gevolgd naast mijn werk. Omdat ik twee studies deed, ben ik geen lid geworden van een stud.vereniging. Gelukkig kwam ik via het wonen op Uilenstede - de campus van de VU - wel in contact met studenten van andere studierichtingen. Toch belangrijk! Ook via sportclubs, hobbyclubs, muziek - een uitgebreid, goed en goedkoop aanbod voor studenten aan de VU. Het is een voorrecht, wonen/werken in een ac. omgeving, heb ik in mijn latere leven begrepen. Na behalen lesbev.h. gesch. en kand. k.gesch en na een studentenass.schap (begeleiding 1e jaars) en oa. deelname aan een werkgroep waarin de didaktische opzet van de studie k.geschiedenis - het studieprogramma en ook het punt: zeer laag % afgestudeerden,(voorzover bekend toen 10/20 %) goed werd doorgenomen - heb ik de univ. studie onderbroken. Want ik vond het toen een onmogelijke zaak bij deze afd. een doctoraalscriptie te schrijven over de onderwerpen die mijn studiegebied en interesse waren. Naar eigen keus. Een andere universiteit bezoeken was uitgesloten wegens de genoemde - m.i. weinig behoorlijke - afwijzing van VU studenten door de andere universiteiten. Dus: lesgeven (niet volledig bevoegd, dus laagbetaald) en een WEP bij Amsterdamse musea via een gemeentelijke regeling, niet via mijn universiteit. 1985-86 nog even terug naar de VU. Alsnog een doct.scriptie kunstgesch. - bij prof. Blotkamp - over Rik Wouters/Isadora Duncan geschreven. Het begin van de 20e eeuw vond ik een boeiende periode. Prof. Blotkamp vervulde toen een professoraat aan de VU en was gespecialiseerd in moderne kunst. Ook in die tijd nog redaktiewerk gedaan voor het door studenten nieuw opgerichte univ.blad Kunstlicht, dat nog steeds bestaat. Een leuke en leerzame aktiviteit. Kunstlicht is voor de k.historische studenten en de staf een wetenschapp. tijdschrift met publikatiemogelijkheden geworden. Het was indertijd het mooiste blad, uitgegeven door de VU. Het redaktiewerk, de layout, reclames, kortom alles, werd door de studenten verzorgd. Het blad werd een visitekaartje voor de VU.

    Vrije Universiteit, Letteren, 1969