Kleuterschool Maria Goretti

Lindenstraat in Vaals, ( Toon op kaart )

24 scholieren

Bekijk de volledige pagina van Kleuterschool Maria Goretti, blijf op de hoogte van reünies en vind je klassenfoto’s terug!

In SchoolBANK kun je GRATIS je scholen terugvinden en weer in contact komen met je docenten en schoolgenoten. Log in en begin meteen of registreer je gratis!

Registreer gratis
  • Klassenfoto’s 0
  • Schoolgenoten 24

Op Kleuterschool Maria Goretti vind je 0 klassenfoto’s en 24 schoolgenoten. Herken jij ze nog?

Meld je snel aan en kom weer in contact met je oud-schoolgenoten!

  • Schoolherinneringen 5

Ik startte mijn schoolopleidin...

Ik startte mijn schoolopleiding op de bewaarschool bij de ‘Dienstmägde Christi’ in de Lindenstraat. Je werd niet zoals nu door moeder weggebracht. Nee. Je liep gewoon met de ‘groten’ mee. Door een donkere gang kwam ik op een kleine binnenplaats. Daar stonden zuster en juf al klaar. Met de armen over elkaar moesten we netjes twee aan twee in de rij gaan staan .... en stil zijn. Iedere dag de trappen op naar de dependance in de boventuin. De juf wees me mijn plaats. Ook in de klas was het doodstil; armen over elkaar. We gingen een muizentrappetje vouwen. Dat duurde heel lang en ik wou steeds naar de zandbak. Na het vouwen moesten we met een poppenhuis spelen. Daar vond ik ook niks aan. Wat een snertschool. Ik wou naar huis, en liep al weg, maar de juf hield me tegen. Ze stuurde me weer de klas in. Na nog een paar lesjes was mijn eerste ochtend op school voorbij. We maakten een kruisteken en baden een weesgegroetje. Ik pakte snel mijn jasje. Thuis riep ik: ‘ik ga nooit meer naar de kleuterschool.’ Ongelukkig, vond moeder dat niet goed. Elke morgen las de zuster een verhaaltje voor uit de bijbel. De rest van de morgen speelden we met blokken, vlochten kleurige matjes en hemeltrapjes of maakten priktekeningen. Met potlood trok je rondom een houten dier lijntjes, het dier kleurde je netjes binnen de lijnen met potlood of waskrijt in en daarna drukte je de tekening uit het vel door met een vlijmscherpe naald op een viltenmatje als ondergrond rondom honderden gaatjes achter elkaar te prikken. Verven deden we nooit. Dat was maar geknoei, vonden zuster en juf. Tekenen en kleuren moest verplicht met de rechterhand, ook de linkshandigen. En mijn tong bleef binnenboord. Plakken werd ook heel veel geoefend. Met gluton en altijd een kwastje, vingers mocht niet. Dat was vies, vond de juf. Werken en spelen onder het wakend oog van de statige, immens hoge toren van de Sint Pauluskerk. Tijdens het speelkwartier speelden we op de binnenplaats. Veel meer dan rondlopen kon niet. Te klein voor 40 kinderen. Geen klimtoestellen of wipkippen, er was ook geen zandbak. Kortom, een leeg pleintje met hoge muren en hekken eromheen. Als het twaalf uur was gingen we samen naar huis. Voor ons 10 à 15 minuten lopen. Thuis snel een boterhammetje, een tomaat met suiker, soms een snoepje en liepen dan weer naar school. Veel vergeten, maar herinner me nog levendig de pijn van het gat in mijn hoofd. Domme zuster Joséfa wilde ons enkele bakstenen over het manshoge hek laten gooien, want een opgeruimd speelplein stond wel zo netjes. Voor dat karweitje was ik toch echt nog te klein. Ze ketsten allen op het gaas af. Bam, auw op mijn hoofd. Ook ligt er nog ergens een roede van drop tussen de struiken. Weet zeker dat Sinterklaas mij hiermee verblijde. Ja, ons Hubje bleef niet op zijn krukje zitten. De stoute jongen zwierf zomaar door de klas. ‘Uw zoontje is een wiebel.’ Tja, ik keek liever wat andere kindjes deden. Wat dacht je, die roe nam je zeker toch niet mee naar huis. Ook vond de juf al snel dat muziektonen en maathouden niet aan mij besteed waren. Een tikje op de triangel was alles wat erin zat. Achteraf kreeg ze potdomme gelijk. Zo amuzikaal als een geit, maar enthousiast. Ook met zang was ik haar grootste zorgenkind. Nee, smokkelen heeft mij nooit geholpen. Hoe goed ik ook probeerde te playbacken, het mocht niet baten. Zij zag mijn mond, maar hoorde geen klanken. Straf dus. Ik leerde met de griffel witte streepjes op het donkere veld van de lei te zetten. Een nat sponsje zorgde iedere dag voor een schone lei, oh wat zorgeloos was ik toen. Iedere dag een nieuw begin, ook Remco Campert genoot er zo van.

2008, Deleted

Bij zustertjes op de bewaarsch...

Bij zustertjes op de bewaarschool Nee, ik ging niet naar de nonnen ‘va der Blommedal’, maar naar de zustertjes van de bewaarschool Maria Goretti. Dit woord is in ongebruik geraakt. Maria was een vroegrijp Italiaans meisje dat Alessandro Serenelli op 11-jarige leeftijd met 14 messteken neerstak. De snoodaard randde haar aan, nadat zij zijn avances afwees. Twee dagen later stierf ze met kruisbeeld en medaillon van Onze-Lieve-Vrouw in haar handen, nadat zij haar belager had vergeven. Haar moordenaar kreeg in het cachot een visioen van Maria Goretti. IJlings bekeerde hij zich en trad later in als kapucijner. Het ideale voorbeeld om mijn kleine kinderziel de vreugde en de zin van het leven bij te brengen. In 1877 stichtten de Akense paters Franciscanen een bejaardentehuis en een bewaarschool in Vaals. Het beheer kwam in handen van de zusters Franciscanessen. In 1880 kocht het armenbestuur het klooster, en werd het beheer overgedragen aan de zusters van de congregatie Armen Dienstmaagden van Jezus Christus. In 1936 vestigden zij de kleuterschool in het pand aan de Lindenstraat 2, waar ik, vier jaar oud, naar toe ging. Een leuke kleuterschool? Jazeker, een zorgeloze en ontspannen tijd. En anno 2012 ontdekken dat het voor een groot deel knutselwerkjes waren die je maakte; ontelbare vlechtmatjes, muizentrapjes en prikplaatjes. Maar wel juffrouwen met een gouden hart. Ja, ik startte mijn schoolopleiding op de bewaarschool bij de ‘Dienstmägde Christi’ aan de Lindenstraat. In het begin bracht moeder mij dagelijks naar school. Al snel liep ik vanuit de Akenerstraat gewoon met de ‘groten’ mee. Door een donkere gang kwam ik op een piepkleine binnenplaats. Daar stonden zuster en juf al klaar om ons welkom te heten. Met de armen over elkaar ging je netjes twee aan twee in de rij staan .... en stil zijn. Zo beklom ik iedere dag de steile trappen richting dependance in de boventuin. Op de eerste dag wees de juf me mijn plaats. Gadverdamme, ook in de klas was het muisstil; armen over elkaar en mondje toe. En maar muizentrappetjes vouwen. Dat duurde heel lang, terwijl ik nog zandkoekjes wou bakken. Na het vouwen speelden we met de poppenhuis. En daar vond ik niks aan. Wat een snertschool. Ik wilde naar huis, dromen op mijn driewieler in de achtertuin, maar telkens verijdelde de juf mijn vrijheidsdrang. Hup, Hubje terug op je stoel! Na een paar gedwongen werkjes was mijn eerste ochtend op de bewaarschool voorbij. We maakten een kruisteken en baden een weesgegroetje. Schoot snel in mijn jasje en riep: ‘ik kom nooit meer terug’. Jammer genoeg, vonden juf en moeder dat niet goed. Elke morgen las de zuster een verhaaltje uit de bijbel. De rest van de morgen vlochten we kleurige matjes en hemeltrapjes of maakten priktekeningen. Nee, de blokkendoos blijft dicht. Met de tong uit de mond trok ik rondom een houten mal potloodlijntjes. Het tekendiertje gaf ik netjes binnen de lijnen met kleurpotlood of waskrijt een bont jasje. En daarna gebeurde het. De tekening werd met een vlijmscherpe naald op een viltenmatje als ondergrond rondom mishandeld. Honderden gaatjes urenlang achter elkaar door het vel papier prikken. Nee, verven deden we nooit. Dat werd geknoei, zo vond de zuster. Ach ja, tekenen en kleuren moest verplicht met de rechterhand, ook de linkshandigen. En je tong bleef voortaan binnenboord. Plakken oefende ik ook heel veel. Met gluton en een kwastje of wit rubberen spatel, nee, vingers mocht niet. Dat was vies, vond de juf. Altijd maar werken onder het wakend oog van de statige, immens hoge toren van de Sint Pauluskerk. Maar ik had het nooit willen missen. Tijdens het speelkwartier speelden we op de binnenplaats. Veel meer dan rondlopen kon je niet. Te klein voor 40 kinderen. Geen klimtoestellen of wipkippen, er was zelfs geen zandbak. Kortom, een leeg pleintje met hoge muren en hekken eromheen. Het beeld van een luchtplaats voor …….. raak ik niet kwijt. Als het twaalf uur was gingen we samen naar huis. Voor mij 10 à 15 minuten lopen. Thuis snel een boterhammetje, een tomaat met suiker, soms een snoepje en dan weer naar school. Veel vergeten, maar herinner me nog levendig de pijn van het gat in mijn hoofd. Domme zuster Joséfa wilde ons enkele bakstenen over het manshoge ijzeren hekwerk laten gooien, want een opgeruimd speelplein stond wel zo netjes. Voor dat karweitje was ik toch echt nog te klein. Ze ketsten alle brokken steen op het gaas af. Bam, auw op mijn hoofd. En ergens ligt er nog een roede van drop tussen de struiken. Weet zeker dat Sint en Piet mij hiermee verblijde. Ja, ons Hubje bleef niet op zijn krukje zitten. De stoute jongen zwier zomaar door de klas. ‘Uw zoontje is een wiebel’, zie zuster Joséfa en maande moeder tot strengheid. Hij kijkt liever wat andere kindjes deden. Wat dacht je, die roe nam ik zeker toch niet mee naar huis. Ook vond de juf al snel dat muzieknoten, toonladders en maathouden niet aan mij besteed waren. Een tikje op de triangel was alles wat er voor mij inzat. Achteraf kreeg ze potdomme natuurlijk gelijk. Ik ben zo amuzikaal als een schorre geit, maar wel enthousiast. Ook met zang was ik haar grootste zorgenkind. Nee, smokkelen heeft mij nooit geholpen. Hoe goed ik ook probeerde te playbacken, het mocht niet baten. Zij zag mijn mond, maar hoorde geen klanken. Straf dus. Ik leerde met de griffel witte streepjes op het donkere veld van de lei te zetten. Een nat sponsje zorgde iedere dag voor een schone lei, oh wat zorgeloos was ik toen. Iedere dag een nieuw begin, en doldwaze vreugde weer iets geleerd te hebben, ook mijn held Remco Campert genoot er zo van las ik ooit in het NRC.

2008, hubert

kleur en klei :-)...

kleur en klei :-)

2008, Bert
?