Blocker
Terug naar alle verhalen
schoolkeuze

Kiezen na de lagere school, hoe ging dat vroeger?

  • SchoolBANK redacteur Helga
  • 3 weken
Loading Likes...
De schoolkeuze in de zesde klas

Een vriendin die ik sprak over het kiezen van het soort onderwijs na de lagere school zei het volgende:
“Als ik heel zwart/ wit redeneer dan ging het zo. Het kind van de dokter, de advocaat en de directeur ging naar de HBS of MMS, later havo of vwo. Had je vader een kantoorbaan of was hij voorman bijvoorbeeld dan ging je naar de (M)ULO, later mavo. Was je vader een arbeider dan ging je naar de huishoudschool, later lhno of naar de ambachtsschool later lts. De klasse waar je uit kwam bepaalde vaak naar welke vervolgopleiding je ging.”

Heb jij dat ook zo ervaren, dat er niet echt goed naar jouw niveau werd gekeken? Gelukkig waren er ook uitzonderingen.

Cobi (1953):

“Mijn vader werkte als wever in de textielfabriek. In de vijfde klas vond het hoofd van de school meneer Menkveld dat ik geschikt was voor de HBS. Mijn ouders zeiden: “ga maar gewoon naar de ULO.  De reden daarvoor was dat op de ULO de schoolboeken gratis waren. De christelijke HBS, waar ik door mijn achtergrond naar toe zou gaan, was een particuliere school en daar moest je de boeken zelf betalen. Voor mijn ouders was dat een erg dure grap. Meneer Menkveld ging toen in gesprek met mijn ouders en hielp ze met het invullen van de studiefinanciering en toen mocht ik toch naar de HBS.
Ik kreeg in de vijfde en zesde klas op de lagere school andere leerstof aangeboden en moest ook huiswerk maken. De kinderen die naar de ULO of huishoudschool/ambachtsschool gingen hoefden dat niet.
Toen ik geslaagd was wilde ik rechten gaan studeren maar dat ging niet door. Mijn ouders zeiden: “nu is het mooi geweest! We zijn bang dat we zo’n studie niet kunnen betalen. Je moet nu zelf geld gaan verdienen”. Ik ben daarna bij de gemeente gaan werken en heb daar intern opleidingen gevolgd en ik had daardoor een prima baan.”

Annet (1955):

“Mijn vader was leraar op de mavo en daarom ging ik ook naar de mavo. Bij mijn broers en zussen ging dat ook zo. Na de mavo ging ik alsnog naar de havo en daarna naar de kunstacademie. Achteraf gezien had ik denk ik meteen naar de havo of het atheneum gekund. Ik had er de hersens voor. Vooral mijn moeder was daarin wel bepalend. Zij vond dat ik maar ‘gewoon’ moest doen en dezelfde weg moest volgen als mijn broers en zussen.”

Robert (1952):

“Mijn ouders waren beiden universitair geschoold. Er was geen sprake van dat ik niet naar de HBS zou gaan terwijl ik dat niveau helemaal niet had. Ik moest en zou van mijn ouders en ik heb heel veel bijles gehad. Met het nodige kunst en vliegwerk heb ik het gered tot en met de derde klas. Toen ben ik eraf gegaan en heb de middelbare zeevaartschool gedaan. Daar was ik voor het eerst gelukkig. Ik heb mijn ouders daarom gehaat. Het is nooit meer echt goed gekomen tussen ons.”

Els (1956):

“Mijn ouders kwamen terug van de bespreking met het hoofd van de school. Ze zeiden: “je gaat naar de mavo”. Ik vond het best. Daarna ben ik toch nog naar de havo gegaan. Ik heb er later spijt van gehad dat ik daarna niet alsnog naar het Atheneum ben gegaan. Ik ben verpleegkundige geworden en ik heb altijd fijn gewerkt.”

Jos (1952):

Mijn vader was boer. Het sprak vanzelf dat ik naar de lagere land- en tuinbouwschool ging. Daarna deed ik de middelbare en toen heb ik ook de hogere er nog achteraan gedaan. Een lange weg achteraf. Zo ging dat toen. Ik had beter eerst bijvoorbeeld naar de ULO kunnen gaan of misschien had ik ook wel naar de HBS gekund. Dan had ik daarna meteen naar de hogere land- en tuinbouwschool gekund! Ik heb een mooie tijd meegemaakt als boer maar ik zou er nu niet meer voor kiezen door al die regelwetgeving.”

Maria (1954):

In de zesde klas werd ik getest. Ik zie het nog zo voor me. Ik had die dag voor het eerst nagellak op die ik had gekregen van een oudere nicht. Ik werd getest door 2 mannen maar ik heb nooit een rapportage gezien van de test. Ze zeiden: “je kunt naar de MMS want jij hebt nagellak op!” Wie goed kon leren kreeg in de zesde klas 2 middagen extra les in rekenen en taal. Ik kon heel goed worteltrekken. Mijn vriendinnetjes gingen naar de ULO in Tubbergen. Ik durfde echt niet naar de MMS want dan moest ik naar Almelo. Die stad was me veel te groot want ik kwam uit een klein dorp Vasse. Destijds kwam ik maar een paar keer per jaar in Almelo, alleen om kleren te kopen.

Maria is later onderwijzeres, orthopedagoog en GZ psycholoog geworden en ze reist nu de hele wereld rond.

Lies (1954):

“Ik bleef op de lagere school twee keer zitten. Er zaten in mijn klas nog twee meisjes die ook twee keer waren blijven zitten. Ik was niet goed in taal en in rekenen middelmatig en voelde me een buitenbeentje in de klas. Vooral in de hogere klassen was ik helemaal niet gelukkig. Ik had al borsten en was ongesteld. Sommige kinderen in mijn klas waren zoveel jonger dus dat was niet fijn. Ik ging later naar het lhno en daarna heb ik twee jaar inas gedaan. Ik ben uiteindelijk bejaardenverzorgster geworden.”

Ik denk dat als ik in deze tijd op de basisschool had gezeten, ik een dyslectie verklaring had gekregen. Destijds werd je voor ‘dom’ versleten. Daar heb ik heel erg veel last van gehad. Tot op de dag van vandaag!

Door SchoolBANK redacteur Helga

schoolkeuze

Reacties 3 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  1. 1957 Ik zou naar klas 5 gaan maar wij zijn bij onze ouders aan boord gegaan en ik heb daar verder geleerd en werd matroos bij mijn vader en later zelf schipper.En nu ben ik gepensioneerd schipper,

  2. Ik kan me nog goed herinneren wat die zesde klas leraar op mijn rapport schreef: ” advise: lager beroeps onderwijs”. in 1972, vader was grondwerker, dus mijn lot was in handen van de leraar.Gelukkig vond ik dat soort werk best bevallen, dus dat hielp me door de lagere en middelbare tuinbouw school heen. Twee mensen op mijn eerste baan gaven me goed advise: “wie vooruit wil in het leven moet zichzelf kastijden” en: “er is geen minderwaardig werk, doch er is minderwaardig BETAALD werk”. En dankzij mijn voorman vond ik werk in Alberta, Canada, en daar woon ik nu al 38 jaar,en kan terugblikken op een indrukwekkende periode, waar ik echt geen dag spijt van heeft! Mijn advise: laat nooit iemand je dromen of je toekomst nadelig beinvloeden, de enige person die dat beslist ben je zelf!

  3. Mijn ervaring:
    Ik wilde graag naar de HBS, maar aan het voorbereidingsprogramma in de 6e klas mocht ik niet meedoen. Volgens meneer Couperus kon ik beter naar de ambachtsschool gaan.
    Mijn ouders hebben mij vervolgens laten testen met als resultaat: in staat om de HBS te volgen. Ze kozen er toen voor om mij naar de MULO te laten gaan; zeg maar de veilige middenweg. Na de MULO heb ik alsnog (maar wel met drie jaar vertraging) mijn HBS-diploma gehaald.
    Bij latere psychologische tests ivm sollicitaties en promoties scoorde ik telkens “op academisch denk- en werkniveau”
    oh ja, mijn vader was magazijnbediende.