Blocker
Terug naar alle verhalen
zakgeld

Zakgeld: een dubbeltje voor jezelf en eentje voor je spaarpot

  • SchoolBANK redactie
  • 4 weken
Loading Likes...

Een heitje voor een karweitje, een kwartje voor een mooi rapport en elke week een dubbeltje sparen… hoeveel zakgeld kreeg jij? En moest je daar klusjes voor doen? Stopte je het in je spaarpot of ging het op aan kauwgom en Playmobil?

Spaarzaam

Ali (72): “Elke week kreeg ik 25 cent. Dat nam ik mee naar school, daar kocht je een zegeltje en dat werd in een boekje geplakt. Het was iets van de Postbank, geloof ik. Aan het einde van het jaar hadden we dan een tientje gespaard. En zo leerden we sparen. In andere klassen spaarden we op die manier het schoolreisje bij elkaar. Het heeft opvoedkundig gewerkt, want ik ben nog steeds een spaarzaam type.”

Lege spaarpot

Afra (68): “Af en toe kreeg ik 5 cent om te snoepen. Kon ik naar de snoepwinkel voor wat lekkers. En ik had een bijbaantje, lapjes opvouwen op de markt. Daar verdiende ik nog een centje bij. Ik gaf het allemaal uit, ik kocht nieuwe kleren, ging uit met vriendinnen, een ijsje eten, soms gingen we ergens dansen. Sparen deed ik eigenlijk niet, die spaarpot is nooit vol geraakt bij mij.”

Kostgeld verplicht

Mariette (68): “Vanaf het moment dat ik een baantje had, moest ik thuis kostgeld betalen. Honderd gulden per maand, en ik verdiende er bijna driehonderd. De rest mocht ik sparen. Ik kom uit een groot gezin en voor mijn broers en zussen gold hetzelfde. Dus toen steeds meer van ons gezin een baan hadden, hadden we het thuis steeds breder. Het bedrag is nooit omhoog gegaan, ook niet toen ik meer ging verdienen.”

Zomerbaantje

Margo (75): “Mijn ouders hadden een bollenbedrijf, dus je kunt wel raden hoe ik aan mijn zakgeld moest komen: door te werken. In de zomer hielp ik mee met bollen pellen. Dat geld zette ik altijd op de bank, na vier weken zat m’n hele zilvervlootrekening vol. En de rest van het jaar kon ik daar van kopen wat ik maar wilde, daar bemoeiden mijn ouders zich helemaal niet mee.”

Niks op het rapport

Laura (76): “Met mijn rapport ging ik naar mijn ooms en tantes. Die gaven daar een centje voor. Hoe beter het rapport, hoe meer ik kreeg. Een vriendin ging zelfs met haar mooie rapport langs de deuren om geld op te halen! Mijn andere vriendin had nooit zo’n goed rapport, die kreeg dan helemaal niks.”

Zelf cadeautje kopen

Jacob (51): “Natuurlijk kreeg ik zakgeld! Twee gulden per week. Het was bedoeld als les, dat ik als kind al zou leren omgaan met geld, en dat dingen een waarde hebben. Ik weet niet of dat is gelukt, want ik gaf het allemaal meteen uit als ik het had gekregen. Wat ik kocht? Playmobil, vooral. En soms stripboeken. Het idee was dat ik er ook cadeautjes voor partijtjes en voor Vaderdag en Moederdag van zou betalen, maar dan zat er niks in mijn spaarpot en kocht mijn moeder het alsnog.”

Eigen geld, eigen smaak

Marianne (65): “In de zomervakantie werkte ik bij De Gruyter, achter de kassa en vakken vullen. Elke week kreeg ik een bruin papieren envelopje met geld mee. Ik weet dat ik van mijn eerste salaris een kort, wijd jurkje had gekocht. Mijn moeder maakte altijd mijn kleren zelf, maar dit zag ze niet zitten. Ze vond het net een positiejurk. Dus toen ik zelf een beetje geld te besteden had, was dat het eerste wat ik kocht!”

En jij? Kreeg jij vroeger zakgeld? Zo ja, weet jij nog hoeveel dat was en wat je hiervan kocht?

 

Deze leuke, herkenbare herinneringen zijn verzameld door SchoolBANK redacteur Sabina.

zakgeld

Reacties 22 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  1. Op de MULO in Hoorn kregen wij elke week een aantekeningenboekje mee. Moest getekend worden door één van de ouders. Géén aantekening betekende 1 gulden. Het bedrag weet ik niet zeker meer. Ik was tenslotte 12 tot 15 jaar dat ik op de MULO zat. Maar het was wel een stimulans om zoveel mogelijk guldens te verdienen. En dat is aardig gelukt.

  2. (Meta 73) Ik heb dezelfde doos nog in de kast staan, de mijne is blauw. Ik weet niet hoeveel zakgeld ik kreeg maar vond het wel leuk het in de aparte vakjes te doen.

  3. Als zesdeklassertje in 1951 kreeg ik een kwartje zakgeld per week. Daarmee liep ik van de Amsterdamse Sluisstraat zes kilometer naar het Centraal Station. Daar stond een krantenkiosk waar ik voor 15 cent een Marsreep kocht. Het resterende dubbeltje besteedde ik aan een perronkaartje waarmee ik een paar uur verlangend naar aankomende en vertrekkende treinen kon kijken, sommige nog getrokken door stoomlocomotieven. Hoewel ik toen jaloers was op al die reizende mensen, heb ik er geen reislust aan over gehouden.

  4. Ik kreeg 25 cent per week. Daarvan ging 15 cent in de spaarpot, als er genoeg in zat brachten we dat naar het postkantoor en dat werd bijgeschreven in een boekje. Van het kerkgeld op zondag, voor de collectezak, kregen we 2 cent mee die we besteden aan snoep en in de zak deden we knopen uit de knopen zak van mama. De koster heeft ons nooit betrapt.

  5. Ik (73) kreeg 5 cent zakgeld per week en spaarde alles om dan samen met mijn jongste broer (die ook 5 cent per week kreeg) cadeautjes voor mijn moeder te kopen.
    Zo heb ik nog steeds een vogeltje op de kast staan, wat een cadeautje van ons voor mijn moeder was.

  6. Mijn broer en ik kregen 50 cent per week, waarvan we 25 cent moesten sparen. Cadeautjes voor Sinterklaas en verjaardagen moest ik zelf kopen. Toen hebben we nog veel geknutseld, zodat het niet te duur werd. (76 jaar.)

  7. Ik kreeg een kwartje en dan gelijk door naar” Jantje van Alles” 5 zakjes zwart wit kocht ik dan en dat at ik allemaal op met het resultaat dat ik een knal rood hoofd had van al dat zout! Ach ach

  8. zakgeld, nee,we hadden het niet al te breed,mag niet klagen, honger hebben we nooit gehad,en wat ik bijverdiende met klussen, mog ik houden. dat werdt op spaarbank gezet, zo hebben we al vroeg leren sparen, een belangrijke levensles. Ik weet nog goed, zaterdagmiddag naar de slager, de kontjes worst etc.ophalen, voor de hond. ging goed, tot ik eens versprak “maar niet teveel vellen, want die lusten we niet” We hadden natuurlijk geen hond, maar soms was er wat bij om te smullen,maar die goeie slager had het allang door,hij lachte zich krom!

  9. Kreeg wel iets van zakgeld.. Maar deed zelf best veel voor extra centjes.. Krantenwijk (500 adressen), heitje voor karweitje (Auto’s wassen, kleine auto vijf gulden, grote bedrijfsbussen 15 gulden. Van dat geld kocht ik nieuwe sponzen en nieuwe autoshampoo enz. om nog meer auto’s te wassen en meer te verdienen

  10. Mery (72): De jaren 50, een kwartje zakgeld. Soms ging het op aan Bazooka kauwgum uit een automaat, daar moest een dubbeltje in. Er was nog een echte snoepwinkel, een soort keldertje waar je ook zeepmiddelen , petroleum kon kopen. Achter die glazen toonbank lagen de lekkernijen: zoute drop, zoethout, zwartwitpoeder, lollies, polkabrokken en wijnballen. Die 5 cent was zo op. Naar school kregen we op maandag een portemoneetje mee met een kwartje spaargeld, een kwartje schoolgeld en een kwartje melkgeld. Mijn broer vond een keer (toen nog papieren) gulden. Wat een kapitaal, 100 centen! Pas toen ik werkte kon ik mijn eigen kleren kopen. Mijn eerst verdiende geld, ik kocht samen met mijn broer een gouden ringetje voor mijn moeder voor haar verjaardag, haar gezicht vergeet ik nooit meer toen ze het uitpakte.

  11. Mijn zus en ik kregen toen een rijksdaalder per week van opa en oma. Rapport in het begin denk ik ook Zoiets maar dat werd op ten duur wel wat meer. Toen we op de middelbare school zaten 5 gulden. Van mijn ouders denk ik 5 gulden per week.verder weet ik niet meer hoeveel het uiteindelijk was. Een heitje voor een karweitje deden we ook wel eens. Langs de deuren of indd je ouders ergens mee helpen. We mochten ook altijd het muntje houden van het boodschappen karretje als ik die even moest weg brengen naar de winkel. Ik spaarde ,maar gaf mijn moeder ook wel eens een cadeautje omdat die helaas vaak zie op bed lag. Wij hebben netjes geleerd om ,om te gaan met geld en de waarde ervan te weten. Waren mooie tijden

  12. Geen zakgeld in ons gezin. Waarvoor was zakgeld nodig. Wij kwamen niets tekort, eten, drinken, kleding, voorlezen, leesmaterialen, muziek, medische en tandheelkundige zorg, onderdak, bed, bad, school, en vooral, liefde.

  13. Eens per week, rond 1952, 1953, bestelde mijn moeder koffie, thee, rijst, meel e.d. bij de kruidenier (Spar) en de volgende dag kwamen die boodschappen in een doos. De zegeltjes spaarde zij en plakte die op in een boekje. De opbrengst was voor mij. Ik bewaarde dat geld in een groen ijzeren doosje dat op de schoorsteenmantel werd bewaard. Mijn zusje kreeg de opbrengst van De Gruyter, waar we op zaterdag kwamen. Verder werd er niet gespaard, want het geld was het einde van de maand altijd op.

  14. Ik kreeg huis een kwartje per week voor in mijn varken-spaarpot. Op de lagere school plukten we na schooltijd appels en pelden we bollen. Daarna aardappels rooien bij boeren. Als tiener werkte ik in zuivelfabrieken (kazen omkeren en olien, vrachtwagens laden) en bij ooms die bakker of boer waren. Daar kreeg ik geen geld maar wel bedrijfsproducten. Dat is nu allemaal verboden kinderarbeid. Wat ik niet nodig had werd op een spaarbankboekje op het postkantoor bijgeschreven. Van mijn oma kregen we een rijksdaalder met de verjaardag. Mijn jongere broertje noemde dat een ‘knoert van een gulden’. Dat woord had hij gehoord van de West Friese cabaretier Kees Stet, de vader van Rudi Carrel. Geen idee wat ik met mijn spaargeld heb gedaan.

  15. Ik kreeg zoveel stuivers als ik oud was. Vanaf mijn 9e jaar kocht ik er lego voor. Dat was toen net nieuw en ik vond het fantastisch, maar mijn ouders vonden me te oud voor blokjes, daarom wilden zij het niet voor me kopen. Een doosje of een grondplaat kostte 95 cent, raampjes waren er tussen 10 en 25 cent.

  16. Ik ben 70 jaar en als ik terug kijk naar mijn kinderjaren dan kan ik alleen maar zeggen dat ik het, hoe moeilijk mijn ouders het ook hadden, een goede jeugd heb gehad. Tot mijn 8e in Friesland gewoond en daar had je als kind alle vrijheid om te spelen. Na mijn 8e naar Amsterdam verhuist, de grote stad, waar alles binnen handbereik was. Ook in het stadsdeel waar wij terecht kwamen, was er ruimte genoeg voor een kind om te spelen en kattenkwaad uit te halen. Zoals ik al aangaf hadden mijn ouders het niet ruim, dus echt zakgeld kregen wij niet. Als wij een klusje deden dan kregen wij af en toe wat toegestopt. Mijn zakgeld haalde ik o.a. uit ” een heitje voor een karwijtje” en zondags voor de kerk als parkeerwacht op te treden. Het vaste parkeertarief ging naar de kerk, maar sommige mensen gaven iets extra wat je dan mocht houden. Buitendat het meeste geld in mijn spaarpot belande, kocht ik af en toe ook een zak koekkruimels en Dik Bos boekjes. Helaas ben ik al mijn Dik Bos boekjes kwijt.

  17. Adriaan (72). Zakgeld, vanaf 10 jaar? Ik qweet het niet meer. Dubbeltje in de week, kwartje zal wel niet. In uitgeven van geld was ik niet goed. Misschien in de zomer een plakje Vami-ijs tussen twee wafeltjes. Al je een stuiver gevonden had kon je een dun plakje ijs krijgen van de ijsman. Ik heb wel eens Bazooka-kauwgompjes uitgedeeld, vijf stuks à vijf cent. Mijn moeder had dat gezien en vond dat geldverspilling. Later liep, in mijn tienertijd, dat zakgeld wel op, maar geld voor brommerbenzine had ik niet zomaar genoeg. Verder hoefde ik niets zelf te betalen, dat dan weer wel.
    Gewerkt voor geld was in mijn ‘kringen’ niet gewoon.