Liefde en muziek

De liefde voor muziek heeft mij tijdens m'n lagere schooltijd, maar ook gedurende de voortgezet onderwijsjaren altijd in de positie van een buitenbeentje geplaatst. Mijn liefde gold - en geldt - de klassieke muziek. De noten van doden. Een muziekgenre dat door menig lui-oor wordt aangeduid als `zware muziek`. Nu heb ik eerlijk gezegd die muziek nog nooit gewogen, maar wanneer ik het geboenkeboenk dat heden ten dage doorgaat voor muziek gelaten moet ondergaan (of liever gezegd: door mij heen moet laten gaan) - in winkelstraten, uit auto's, tijdens feestjes, in tot sis-geluid gereduceerd via de oortjes van de doven-in-spe in de treincoupé; ik stop, anders wordt het weer zo'n lang verhaal - dan schijnt het mij toe dat juist deze geluidshinder lijdt aan een levensbedreigende vorm van overgewicht.

Zoals ik nu dus dagelijks word geconfronteerd met muziek die ik niet wens te horen of er in ieder geval niet naar heb gevraagd, zo ontkwam ik daar vroeger ook niet helemaal aan. Ik heb mij tijdens die lagere- en middelbare schooltijd de namen en bijgehorende klanken enigszins eigen gemaakt van Elvis, The Everly Brothers, The Blue Diamonds, Cliff Richard, en wat later The Beatles, The Stones, Pink Floyd, Bob Dylan, Frank Zappa, Jimi Hendrix. Het moest, anders telde je niet mee.

Ik had eerlijk gezegd de moed niet (wat Maarten 't Hart wèl had) om te zeggen dat ik thuis op een koffergrammmofoon de Unvollendete van Schubert grijs draaide, dat ik zó vaak de 40ste Symfonie van Mozart had gehoord dat ik op aanvraag met gemak het tweede thema uit het eerste deel kon fluiten, en of ze wel wisten dat Tchaikofsky ook een tweede- en zelfs een derde pianoconcert had geschreven en dat het laatste deel van het eerste vioolconcert van Bruch verdacht veel leek op het laatste deel van Brahm's vioolconcert...?

Ik kon mijn liefde met niemand delen en dus deed ik maar alsof ik de Everly Brothers `mieters` vond (voor de jonge(re) lezers: mieters betekent in hedendaags Nederlands `cool` of `vet man`), en - later - dat ik The Stones beter vond dan The Beatles (was ook zo) en - nog later - dat Deep Purple het echt helemaal had weet je wel.

Om de schijn op te houden had ik op mijn zolderkamertje voor de buitenwacht - vriendjes (geen vriendinnetjes, die mochten niet naar boven) - foto's gepunaised van The Everly Brothers, Elvis en ik geloof ook van Cliff Richard. Maar voor mijzelf legde ik een plakboek aan met foto's van componisten die ik met name uit de radio-bode knipte: van Vivaldi tot Stravinsky (in die tijd behoorde de muziek van Stravinsky overigens nog niet tot de noten van doden). Ik heb 'm nog steeds. De symboliek moge duidelijk zijn. Maar toch...

Tijdens een schoolfeestje gebeurde het onvermijdelijke: ik werd voor de eerste keer serieus verliefd op een meisje waar ik die avond al een paar keer mee had gedanst. Welke school het was weet ik niet meer, in welk jaar het was weet ik niet meer, hoe het meisje heette weet ik niet meer, zelfs hoe ze eruit zag weet ik niet meer, maar twee dingen weet ik nog wel: dat haar haren hemels roken en welke muziek er werd gedraaid toen ik al schuifelend (dansen geheten) mijn neus in dat haar stak.

Die muziek was godzijdank niet eens zo slecht. Ik bedoel, de melodie had iets weemoedigs, het tempo maakte het schuifelen tot een piece-of-cake en de harmonieën gaven de melodie verrassende auditieve inkijkjes. Alsof je op een zwoele zomernacht over het strand wandelt, volle maan uiteraard en aan je hand het mooiste meisje van het Westelijk Halfrond.

Later - het was alweer uit, de kleur haar beviel me niet zal ik maar zeggen - hoorde ik die muziek opnieuw, nu bij een vriendje thuis. Op de platenhoes (voor de jonge(re) lezers: een plaat was een grote cd. die maar liefst aan beide kanten te draaien was) stonden 5 keurige jongens geiten te aaien: The Beach Boys. `Sloop John B` heette het nummer. Hoe kon in hemelsnaam een muziekstuk die getuige was geweest van mijn eerste serieuze verliefdheid zo'n stompzinnige naam hebben! Nee, popmuziek en ik: dat zou nooit wat worden.

Ik begrijp ook wel dat je op dat soort feestjes niet kunt schuifelen op Kantate nr. 82 van Bach, maar ik heb het altijd betreurd dat mijn neus tijdens zijn speurtocht door die geurige haren niet begeleid is geworden door het tweede deel uit Chopin's eerste pianoconcert.

Dit verhaal is ingestuurd door Rudie Hageman op 30 juni 2011.
 
 

<< Terug naar de vorige pagina


Copyright 2014 Sanoma Digital The Netherlands B.V.
SchoolBANK.nl - onderdeel Sanoma Media Netherlands groep